وَٱلشَّمۡسِ وَضُحَىٰهَا

Ik zweer bij de zon en haren opgaanden glans,


وَٱلۡقَمَرِ إِذَا تَلَىٰهَا

Bij de maan, als zij deze volgt,


وَٱلنَّهَارِ إِذَا جَلَّىٰهَا

Bij den dag, als hij zijn glans vertoont,


وَٱلَّيۡلِ إِذَا يَغۡشَىٰهَا

Bij den nacht, als die alles met duisternis bedekt;


وَٱلسَّمَآءِ وَمَا بَنَىٰهَا

Bij den hemel en bij Hem, die dien heeft gebouwd,


وَٱلۡأَرۡضِ وَمَا طَحَىٰهَا

Bij de aarde en bij Hem die haar uitspreidde,


وَنَفۡسٖ وَمَا سَوَّىٰهَا

Bij de ziel en bij Hem die haar volkomen vormde,


فَأَلۡهَمَهَا فُجُورَهَا وَتَقۡوَىٰهَا

En haar het vermogen van onderscheiding ingaf, en de macht, tusschen zonde en godsvrucht te kiezen.


قَدۡ أَفۡلَحَ مَن زَكَّىٰهَا

Hij die haar zuiver bewaart, is gelukkig:


وَقَدۡ خَابَ مَن دَسَّىٰهَا

Maar hij die haar heeft verdorven, is ellendig.



الصفحة التالية
Icon