نٓۚ وَٱلۡقَلَمِ وَمَا يَسۡطُرُونَ

Noen. (Ik zweer) bij de pen en wat zij (de menschen) schrijven.


مَآ أَنتَ بِنِعۡمَةِ رَبِّكَ بِمَجۡنُونٖ

Gij, o Mahomet! zijt, door de genade van uwen Heer, geen bezetene.


وَإِنَّ لَكَ لَأَجۡرًا غَيۡرَ مَمۡنُونٖ

Waarlijk, er is u eene eeuwige belooning gereed gemaakt;


وَإِنَّكَ لَعَلَىٰ خُلُقٍ عَظِيمٖ

Want gij hebt een verheven karakter.


فَسَتُبۡصِرُ وَيُبۡصِرُونَ

Gij zult zien en de ongeloovigen zullen het zien.


بِأَييِّكُمُ ٱلۡمَفۡتُونُ

Wie uwer van zijne zinnen is beroofd.


إِنَّ رَبَّكَ هُوَ أَعۡلَمُ بِمَن ضَلَّ عَن سَبِيلِهِۦ وَهُوَ أَعۡلَمُ بِٱلۡمُهۡتَدِينَ

Waarlijk, uw Heer kent hen wel, die zijn pad verlaat, en hij kent hen wel, die op den rechten weg geleid worden.


فَلَا تُطِعِ ٱلۡمُكَذِّبِينَ

Gehoorzaam hen dus niet, die u van bedrog beschuldigen.


وَدُّواْ لَوۡ تُدۡهِنُ فَيُدۡهِنُونَ

Zij begeeren, dat gij hen met zachtheid zoudt behandelen, en dan zouden zij u ook met zachtheid behandelen.



الصفحة التالية
Icon