سورة الشعراء

Salomo Keyzer - Flemish (Dutch) translation

ترجمة معاني سورة الشعراء باللغة فلمكني (هولندية) من كتاب Salomo Keyzer - Flemish (Dutch) translation

Salomo Keyzer - Flemish (Dutch) translation

آية رقم 3

Misschien bedroeft gij u doodelijk, omdat de bewoners van Mekka niet geloovig willen worden.

Indien het ons behaagde, zouden wij hun een overtuigend teeken uit den hemel kunnen nederzenden, waarvoor zij hunne nekken nederig zouden krommen.

Maar er komt van den Barmhartige, geene nieuwe vermaning tot hen welke naar de omstandigheden dit vereischen, wordt geopenbaard, waarvan zij zich niet afwenden.
آية رقم 6

En zij hebben deze van valschheid beschuldigd; maar er zal een boodschap tot hen komen, waarmede zij niet zullen spotten.
آية رقم 12

Mozes antwoordde: O Heer! waarlijk, ik vrees, dat zij mij van logen zullen beschuldigen.
آية رقم 13

En dat mijne borst vernauwd worde en dat mijn tong niet gereed zij tot spreken; wijs Aäron dus aan om mijn helper te wezen.
آية رقم 14

Ook kunnen zij mij eene misdaad tegenwerpen, en ik vrees dat zij mij zullen dooden.

God zeide: Zij zullen u volstrekt niet dooden: gaat dus met uwe teekenen; want wij zullen met u zijn, en wij willen hooren wat er tusschen u en hen geschiedt.
آية رقم 16

Gaat dus tot Pharao en zeg: Waarlijk, wij zijn de gezant van den Heer van alle schepselen.

En toen zij hunne boodschap hadden overgebracht, antwoordde Pharao: Hebben wij u niet onder ons opgevoed, toen gij nog een kind waart, en hebt gij niet gedurende verscheidene jaren van uw leven onder ons gewoond?
آية رقم 25

Pharao zeide tot degenen, die in zijne nabijheid waren: Hoort gij niet?
آية رقم 27

Pharao zeide tot hen die tegenwoordig waren: Uw gezant, die tot u werd gezonden is zeker bezeten.

Mozes zeide: de Heer van het Oosten en van het Westen en van alles wat daartusschen is; indien gij lieden van verstand zijt.
آية رقم 29

Pharao zeide tot hem: Waarlijk, indien gij een anderen God naast mij kiest, zal ik u gelijk doen wezen aan hen die gevangen zijn.
آية رقم 30

Mozes antwoordde: Wat! niettegenstaande ik met een overtuigend wonder tot u kom?
آية رقم 33

En hij trok zijne hand uit zijne borst en, ziet, zij was wit voor de toeschouwers,
آية رقم 34

Pharao zeide tot de vorsten, die in zijne nabijheid waren: Waarlijk, deze man is een behendige toovenaar.
آية رقم 36

Zij antwoordden: Stel hem en zijn broeder door goede woorden voor eenigen tijd uit, en zend mannen in de steden, die verzamelen.
آية رقم 38

Zoo werden de toovenaren op een bepaalden tijd, op een plechtigen dag bijeenvergaderd.
آية رقم 40

Ja, antwoordde het volk onder zich, en wij zullen de toovenaren volgen, indien zij de overwinning behalen.

Daarop wierpen zij hunne koorden en hunne staven neer, en zeiden: Waarlijk, door de macht van Pharao zullen wij de overwinnaars zijn.
آية رقم 46

Daarop wierpen zich de toovenaars biddend neder
آية رقم 47

En zeiden: Wij gelooven in den Heer van alle schepselen.

Pharao zeide tot hen: Hebt gij in hem geloofd, voor ik u verlof heb gegeven? Waarlijk hij is uw hoofd, die u de tooverij heeft geleerd; maar later zult gij zeker mijne kracht kennen. Ik zal uwe handen en uwe voeten aan de tegenovergestelde zijden afsnijden, en ik zal u allen doen kruisigen.

En wij spraken door openbaring tot Mozes, zeggende: Trek voort met mijne dienaren, des nachts; want gij zult vervolgd worden.
آية رقم 53

En Pharao zond beambten in de steden om strijdkrachten te verzamelen
آية رقم 54

Zeggende: Waarlijk de Israëlieten maken slechts eene kleine hoop volk uit.
آية رقم 56

Maar wij vormen eene welvoorziene menigte.
آية رقم 58

Hunne schatten en heerlijke woningen verlaten.
آية رقم 60

En zij vervolgden hen bij het opgaan der zon.
آية رقم 61

En toen de beide legers in elkanders gezicht waren gekomen, zeiden de makkers van Mozes: Wij zullen zekerlijk worden overwonnen.
آية رقم 62

Mozes antwoordde: Volstrekt niet: want mijn Heer is met mij; hij zal mij zekerlijk leiden.

En wij bevalen Mozes door openbaring, zeggende: Sla de zee met uwen staf. En toen hij haar had geslagen werd zij in twaalf afdeelingen verdeeld; ieder deel, dat een pad was, scheen een groote berg.
آية رقم 71

Zij antwoordden: Wij aanbidden afgoden, en wij dienen deze alle dagen met standvastigheid.
آية رقم 76

En welke door uwe voorvaderen werden aangebeden.
آية رقم 78

Die mij heeft geschapen en mij op den rechten weg leidt.
آية رقم 81

En die mij zal doen sterven en mij daarna tot het leven zal terugbrengen.
آية رقم 87

En bedek mij niet met schande op den dag der opstanding;
آية رقم 88

Op den dag, waarop noch rijkdommen, noch kinderen van eenig voordeel zullen kunnen zijn.
آية رقم 90

Als het paradijs voor het gezicht der vromen gebracht zal worden.
آية رقم 91

En de hel geheel zal verschijnen voor hen die gedwaald zullen hebben;
آية رقم 93

Welke gij naast God dient? Zullen zij u van straf bevrijden, of zullen zij zich zelven bevrijden?
آية رقم 94

En zij zullen in de hel geworpen worden; zoowel zij, als diegenen, welke tot hunne aanbidding werden verleid,
آية رقم 96

De verleiden zullen daar met hunne valsche goden twisten, zeggende:
آية رقم 98

Toen wij u met den Heer van alle schepselen gelijk stelden.
آية رقم 101

Noch eenigen vriend die voor ons zorgt. i
آية رقم 102

Indien het ons veroorloofd ware, nog slechts eenmaal in de wereld terug te keeren, zouden wij zekerlijk ware geloovigen worden.
آية رقم 105

Het volk van Noach beschuldigde Gods zendingen van bedrog.
آية رقم 107

Waarlijk, ik ben een geloofbare boodschapper voor u.
آية رقم 111

Zij antwoorden: Zullen wij u gelooven, die alleen door de laagsten uit het volk gevolgd wordt?
آية رقم 116

Zij hernamen: Zekerlijk, o Noach! indien gij niet ophoudt op deze wijze te handelen zult gij gesteenigd worden.
آية رقم 117

Hij zeide: O Heer! waarlijk, mijn volk houdt mij voor een leugenaar.
آية رقم 119

Daarom bevrijdden wij hem, en degenen, die met hem waren in de ark, met menschen en dieren gevuld.
آية رقم 123

De stam van Ad beschuldigde Gods boodschapper van logen.
آية رقم 125

Waarlijk, ik ben een geloofbaar boodschapper tot u.
آية رقم 128

Bouwt gij een scheidspaal op iedere hoog gelegen plaats, om u te vermaken?
آية رقم 129

En richt gij prachtige werken op, in de hoop die eeuwig te bezitten?
آية رقم 130

En als gij uwe macht uitoefent, oefent gij die met onbarmhartigheid en gestrengheid uit.
آية رقم 131

Vreest God, door deze dingen te verlaten en gelooft mij].
آية رقم 133

Hij heeft u vee geschonken en kinderen;
آية رقم 138

Nimmer zullen wij gestraft worden voor hetgeen wij hebben gedaan.
آية رقم 141

De stam van Thamoed beschuldigde Gods gezanten eveneens van leugen.
آية رقم 143

Waarlijk, ik ben een geloovig boodschapper voor u.
آية رقم 146

Zult gij altijd in het zekere bezit blijven van de dingen die hier zijn,
آية رقم 148

En korenvelden en palmboomen, wier takken met bloemen zijn beladen?
آية رقم 149

En wilt gij voortgaan, u woningen uit de bergen te houwen, terwijl gij u onbeschaamd gedraagt?
آية رقم 155

Saleh zeide: Deze wijfjes-kameel zal u een teeken zijn, zij zal haar deel water hebben en gij zult beurtelings uw deel water hebben op een zekeren, voor u bepaalden dag.
آية رقم 157

Maar zij doodden haar en berouwden hunne boosheid.

Want de straf, waarmede zij bedreigd waren geworden, overviel hen. Waarlijk, hierin was een teeken; maar het grootste deel van hen geloofde niet.
آية رقم 160

Het volk van Lot beschuldigde Gods boodschappers eveneens van bedrog.
آية رقم 162

Waarlijk, ik ben een geloofbaar boodschapper tot u.
آية رقم 165

Nadert gij de mannelijke wezens onder de menschen.
آية رقم 168

Hij zeide: Waarlijk, ik behoor tot hen, die uwe daden verfoeien.
آية رقم 170

Daarom bevrijdden wij hem en zijn geheel gezin.
آية رقم 171

Behalve eene oude vrouw, zijnde zijne vrouw, die omkwam met hen die achtergebleven waren.
آية رقم 173

En wij deden eene bui van steenen op hen nederregenen, en vreeselijk was de regenbui die op degenen nederviel, welke te vergeefs waren gewaarschuwd.
آية رقم 176

Ook de bewoners van het woud beschuldigden Gods gezanten van bedrog.
آية رقم 178

Waarlijk ik ben een geloovig boodschapper voor u.
آية رقم 184

En vreest hem die u en de vroegere geslachten heeft geschapen.

En zij beschuldigden hen van bedrog; daarom overviel hen de straf van den dag der schaduwgevende wolk, en dit was de straf van den vreeselijken dag.
آية رقم 192

Dit boek is zekerlijk eene openbaring van den Heer van alle schepselen.
آية رقم 193

Welke de getrouwe geest op uw hart heeft doen nederdalen.
آية رقم 196

Waarvan de getuigenis door de schriften van vroegere tijden wordt geleverd.
آية رقم 199

En hij zou het hun hebben voorgelezen, dan zouden zij daaraan niet hebben willen gelooven.
آية رقم 200

Zoo deden wij hardnekkig ongeloof in de harten der zondaren binnentreden.
آية رقم 202

Deze zal plotseling over hen komen, en zij zullen deze niet voorzien.
آية رقم 203

En zij zullen zeggen: zal ons uitstel worden verleend?
آية رقم 204

Verlangen zij dus dat onze straf zal worden verhaast?
آية رقم 205

Wat denkt gij? Indien wij hun toestaan het voordeel van dit leven voor vele jaren te genieten.
آية رقم 206

En datgene, waarmede zij bedreigd werden, later over hen komt.
آية رقم 209

Ten einde de bewoners daarvan te waarschuwen, ook behandelden wij hen niet onrechtvaardig.
آية رقم 210

De duivelen daalden niet neder met den Koran, zooals de ongeloovigen voorgeven;
آية رقم 211

Dat komt niet overeen met hun doel; ook zijn zij niet in staat zulk een boek voort te brengen.
آية رقم 212

Want zij zijn er ver van verwijderd, het gesprek der engelen in den hemel te hooren.
آية رقم 213

Roep geen anderen god met den waren God aan, opdat gij niet tot een van hen wordet, die ter straffe zijn gedoemd.
آية رقم 215

En gedraag u met zachtmoedigheid omtrent de ware geloovigen die u volgen.
آية رقم 216

En indien zij ongehoorzaam omtrent u zijn, zeg dan: Waarlijk ik ben zuiver van hetgeen gij doet.
آية رقم 217

En vertrouw in den machtigsten, den barmhartigsten God.
آية رقم 219

En uw gedrag onder hen die aanbidden;
آية رقم 222

Zij dalen neder op iederen leugenachtigen en zondigen persoon.
آية رقم 223

Zij leeren wat gehoord is geworden, maar het grootste deel hunner zijn leugenaars.
آية رقم 224

En zij die dwalen, volgen de stappen der dichters.

Behalve zij die gelooven en goede werken doen en God dikwijls herdenken. En die zich zelven verdedigen, nadat zij onrechtvaardig zijn behandeld geworden; terwijl zij die onrechtvaardig handelen, hierna zullen weten, welke handeling zij te wachten hebben.
تقدم القراءة