سورة الحجر

Salomo Keyzer - Flemish (Dutch) translation

Vertaling van Soera الحجر in het فلمكني (هولندية) uit Salomo Keyzer - Flemish (Dutch) translation

Salomo Keyzer - Flemish (Dutch) translation


De tijd zal komen, waarop de ongeloovigen zullen wenschen, dat zij Moslems mochten zijn geweest.

Sta hun toe te eten en te genieten in deze wereld, en laat hun hoop voeden; doch hierna zullen zij hunne dwaasheid kennen.

Geen volk zal gestraft worden voordat zijn tijd zal zijn gekomen, en deze zal niet worden verschoven.

De bewoners van Mekka zeggen tot Mahomet: O gij! wien de vermaning werd nedergezonden, gij zijt zekerlijk door den duivel bezeten.

Antwoord: Wij zenden geene engelen neder, dan bij eene voegzame gelegenheid. Dan zullen de ongeloovigen niet meer worden uitgesteld.

Waarlijk, wij hebben den Koran nedergezonden, en wij zullen dien zekerlijk voor vervalsching behoeden.

Evenzoo zullen wij de harten der zondige bewoners van Mekka er toe brengen, hunnen profeet te bespotten.

Zij zullen niet in hem gelooven niettegenstaande de straf der volkeren reeds vroeger werd uitgevoerd.

Zouden zij veeleer uitroepen: Onze oogen zijn slechts verblind door dronkenschap, of wij bevinden ons onder den indruk eener zinsbeguicheling.

Wij hebben de twaalf teekens in den hemel geplaatst en die in verschillende vormen voorgesteld voor hen, die acht geven.

Wij verdedigen deze tegen de aanslagen van iederen duivel welke met steenworpen werd teruggedreven.

Behalve hij, die aansluipt om te luisteren, en op wien dan eene zichtbare vlam wordt afgeschoten.

Wij hebben ook de aarde uitgespreid en vaste bergen daarop geplaatst, en wij hebben alle planten in eene bewonderingswaardige orde daaruit doen spruiten.

Wij zenden ook de winden, die de bezwangerde wolken voortstuwen en wij zenden water van den hemel waarvan wij u geven te drinken, en hetwelk gij niet bewaart.

Waarlijk, wij geven leven en doen sterven, en wij zijn de erfgenamen van alle dingen.

Als ik hem dus volkomen gevormd en mijn geest in hem geblazen zal hebben zult gij dan voor hem nedervallen en hem aanbidden?
Verse 37

God antwoordde: Waarlijk, gij zult tot hen behooren, die uitstel hebben verkregen.

De duivel (Eblis) antwoordde: Omdat gij mij hebt nedergeworpen, zal ik het kwade behagelijk voor den mensch maken, en hen allen verleiden.

Maar zij, die God vreezen, zullen in tuinen wonen, te midden van fonteinen.
Verse 46

De engelen zullen tot hen zeggen: Treedt hier binnen in vrede en zekerheid.

Uitgenomen zijne vrouw. Wij hebben besloten, dat zij zal achterblijven om met de ongeloovigen te worden verwoest.
Verse 62

Zeide hij tot hen: Waarlijk, gij zijt een volk, dat mij onbekend is.

Zij antwoordden: Maar wij zijn tot u gekomen om de straf uit te voeren, waaromtrent uwe medeburgers in twijfel verkeeren.
Verse 64

Wij verhalen u eene zekere waarheid, en wij zijn gezanten der waarheid.
Verse 67

En de bewoners der stad kwamen tot Lot, zich verblijdende in het nieuws der aankomst van vreemdelingen.

En hij zeide tot hen: Waarlijk, dit zijn mijne gasten; doe mij dus niet in ongenade vervallen, door hen te misbruiken.

Zij antwoordden: Hebben wij u niet verboden een mensch te ondersteunen?

Lot hernam: Dit zijn mijne dochters, maak dus eerder van haar gebruik, indien gij vast besloten hebt nopens hetgeen gij wilt doen.
Verse 73

Daarom overviel hun een vreeselijke storm van den hemel, bij het opgaan der zon.

En wij keerden de stad ten onderste boven en lieten er een regen op nedervallen van steenen uit gebakken klei.

Waarlijk, daarin zijn teekens voor de menschen, die deze aandachtig nagaan.
Verse 76

En deze steden werden gestraft, tot het banen van een rechten weg voor den mensch, om dien te bewandelen.

Daarom namen wij wraak op hen. En zij werden beide verdelgd, om als een duidelijk voorbeeld te dienen voor de menschen, ten einde daarnaar hunne daden te richten.

En de bewoners van Al Hedjr beschuldigden Gods gezanten eveneens van bedrog.

En wij toonden hun onze teekens; maar zij wendden zich ver daarvan af.
Verse 83

Maar een vreeselijk onweder van den hemel overviel hen des morgens.

Wij hebben de hemelen en de aarde, en wat zich daartusschen bevindt, niet dan in onrechtvaardigheid en niet te vergeefs geschapen, en het uur des oordeels zal zekerlijk komen. Vergeef dus uw volk, o Mahomet! met eene barmhartige vergiffenis.

Waarlijk, uw Heer is de schepper van u en van hen, en weet wat het nuttigste is.

Wij hebben u reeds zeven verzen gebracht, die dikwijls moesten worden herhaald, en den heerlijken Koran.

Werp uwe blikken niet op de goede dingen, welke wij aan onderscheidenen der ongeloovigen hebben geschonken, en begeer die niet. Wees nimmer bedroefd over hen. Gedraag u zachtmoedig omtrent de ware geloovigen.
Verse 90

Indien zij niet gelooven, zullen wij hun eene gelijke straf opleggen, als aan de verdeelers.
Verse 92

Want door uw Heer, o Mahomet! zullen wij hen ondervragen.
Verse 95

Wij zullen u zekerlijk bijstaan tegen de spotters.
تقدم القراءة