Vertaling van Soera الفجر in het فلمكني (هولندية) uit Salomo Keyzer - Flemish (Dutch) translation
Verse 1
ﭤ
ﭥ
Ik zweer bij het aanbreken van den dag
Verse 2
ﭦﭧ
ﭨ
En de tien nachten;
Verse 3
ﭩﭪ
ﭫ
Bij datgene wat dubbel, en dat wat enkel is,
Verse 4
ﭬﭭﭮ
ﭯ
Bij den nacht als die aanbreekt.
Verse 5
ﭰﭱﭲﭳﭴﭵ
ﭶ
Is dit niet een begrijpelijk samengestelde eed?
Verse 6
ﭷﭸﭹﭺﭻﭼ
ﭽ
Hebt gij niet overwogen, hoe uw Heer met Ad heeft gehandeld.
Verse 7
ﭾﭿﮀ
ﮁ
Het volk van Irem, versierd met schoone gebouwen,
Verse 8
ﮂﮃﮄﮅﮆﮇ
ﮈ
Waarvan de wedergade nog niet in het land werd opgericht?
Verse 9
ﮉﮊﮋﮌﮍ
ﮎ
En met Thamoed, die in de rotsen der vallei huizen uithieuw.
Verse 10
ﮏﮐﮑ
ﮒ
En met Pharao, den uitvinder van de straf der staken.
Verse 11
ﮓﮔﮕﮖ
ﮗ
Die zich onbeschaamd hadden gedragen.
Verse 12
ﮘﮙﮚ
ﮛ
En het verderf op de aarde vermeerderden?
Verse 13
ﮜﮝﮞﮟﮠ
ﮡ
Daarom stortte de Heer verschillende soorten van kastijdingen over hen uit;
Verse 14
ﮢﮣﮤ
ﮥ
Want, waarlijk, uw Heer is op een wachttoren, als hij de daden der menschen beschouwt.
Verse 15
Daarom als zijn Heer hem (door voorspoed) beproeft, en hem eert en goed voor hem is. Zegt de mensch: Mijn Heer eert mij.
Verse 16
Maar als hij hem met rampen bezoekt, en hem zijne weldaden terughoudt, Zegt hij: Mijn Heer versmaadt mij.
Verse 17
ﯞﯟﯠﯡﯢﯣ
ﯤ
Volstrekt niet, maar gij eert den wees niet.
Verse 18
ﯥﯦﯧﯨﯩ
ﯪ
Noch noodigt gij elkander uit, den arme te voeden.
Verse 19
ﯫﯬﯭﯮ
ﯯ
Gij verzwelgt de erfenis der zwakken met eene blinde begeerigheid.
Verse 20
ﯰﯱﯲﯳ
ﯴ
En gij bemint de rijkdommen op onbegrensde wijze. (Gij zult volstrekt niet zoo handelen).
Verse 21
Als de aarde tot stof zal vermorzeld worden;
Verse 22
ﯽﯾﯿﰀﰁ
ﰂ
Als uw Heer zal komen, en de engelen in gelederen geschaard zullen zijn;
Verse 23
Als de hel op dien dag naderbij gebracht zal worden: op dien dag zal de mensch zich zijne slechte daden herinneren; maar hoe zou die herinnering hem kunnen baten?
Verse 24
ﭜﭝﭞﭟ
ﭠ
Hij zal zeggen: Gave God, dat ik vroeger gedurende mijn leeftijd goede daden had verricht!
Verse 25
ﭡﭢﭣﭤﭥ
ﭦ
Op dien dag zal niemand zooals God kunnen straffen.
Verse 26
ﭧﭨﭩﭪ
ﭫ
Noch iemand in staat zijn te binden zoo als God.
Verse 27
ﭬﭭﭮ
ﭯ
O gij, ziel die rust!
Verse 28
ﭰﭱﭲﭳﭴ
ﭵ
Keer, voldaan met uwe belooning, en voldaan met God, tot uwen Heer terug.
Verse 29
ﭶﭷﭸ
ﭹ
Treed bij het aantal mijner dienaren binnen.
Verse 30
ﭺﭻ
ﭼ
En betreed mijn paradijs.
تقدم القراءة