سورة الصافات

Salomo Keyzer - Flemish (Dutch) translation

Vertaling van Soera الصافات in het فلمكني (هولندية) uit Salomo Keyzer - Flemish (Dutch) translation

Salomo Keyzer - Flemish (Dutch) translation

Verse 1


Ik zweer bij de engelen, die zich in orde scharen.
Verse 2

En bij hen die de wolken voortdrijven en verspreiden.
Verse 3

En bij hen, die den Koran lezen als eene vermaning,

En wij hebben daarin een wachter tegen iederen weerspannigen duivel geplaatst.

Behalve hij, die een woord steelsgewijze opvangt, en door eene vlammende schicht wordt getroffen.
Verse 12

Gij verbaast u over Gods macht en hunne weêrspannigheid; maar zij spotten over de bewijsmiddelen, welke aangevoerd worden om hen te overtuigen.
Verse 13

Als zij gewaarschuwd worden, nemen zij geene waarschuwing aan.

Nadat wij dood zullen wezen en tot stof en beenderen zijn geworden, zullen wij dan werkelijk tot het leven worden opgewekt.

Dit is de dag der onderscheiding tusschen de rechtvaardigen en de zondaren, dien gij als eene leugen verwerpt.
Verse 24

En plaats hen voor Gods vierschaar; want zij zullen geroepen worden om rekenschap af te leggen.
Verse 26

Maar op dien dag zullen zij zich aan Gods oordeel onderwerpen.

En de verleiden zullen zeggen tot hen die hen hebben verleid: Waarlijk, gij kwaamt tot ons met voorspellingen van voorspoed.

En de verleiders zullen antwoorden: Neen! gij waart veeleer geene ware geloovigen;

Daarom werd het vonnis van onzen Heer rechtvaardig over ons uitgesproken, en wij zullen zekerlijk zijne wraak proeven.

Zij zullen op dezen dag dus beiden deelgenooten van dezelfde straf zijn.

Neen! hij komt met de waarheid en legt getuigenis af voor de vroegere gezanten.
Verse 38

Gij zult zekerlijk de pijnlijke martelingen der hel proeven.
Verse 42

Namelijk heerlijke vruchten, en zij zullen geëerd worden.
Verse 43

Zij zullen in tuinen des vermaaks geplaatst worden.
Verse 44

Leunende in tegenover elkander geplaatste zetels.

Een beker zal onder hen worden rondgereikt, gevuld aan eene heldere fontein;
Verse 46

Een heerlijkheid voor hen, die er van zullen drinken.
Verse 48

En nabij hen zullen de maagden van het paradijs liggen, hare blikken, behalve van hunne bruidegommen, van ieder een afwendende, hebbende groote, zwarte oogen,
Verse 49

En gelijkende op de eieren van een struisvogel, zorgvol met vederen bedekt.

En een van hen zal zeggen: Waarlijk, ik had een vertrouwden vriend, terwijl ik op de wereld leefde.
Verse 52

Die tot mij zeide: Zijt gij een van hen, die de waarheid der opstanding betuigen?

Nadat wij dood zullen zijn, en tot stof en beenderen veranderd wezen, zullen wij dan zekerlijk worden geoordeeld?

En hij zal tot hem zeggen: Bij God! er ontbrak weinig aan, of gij hadt mij verdorven.

En was het niet door de genade van mijnen Heer, dan ware ik zeker aan eene eeuwige marteling overgeleverd geworden.
Verse 58

Zullen wij een anderen dan onzen eersten dood sterven?
Verse 61

Laten de arbeiders arbeiden om eene gelukzaligheid gelijk deze te verwerven.
Verse 63

Waarlijk, wij hebben dien aangeduid als eene aanleiding tot twist onder de onrechtvaardigen

Maar zie hoe ellendig het einde was van degenen, die gewaarschuwd werden.

Noach riep ons in vroegere dagen aan, en wij verhoorden hem genadiglijk.
Verse 77

Wij deden zijne nakomelingschap den zondvloed overleven, om de aarde te bevolken.
Verse 78

En wij lieten hem de volgende begroeting door de verste nakomelingschap geven:
Verse 87

Wat is dus uwe meening opzichtens den Heer aller schepselen?
Verse 89

En zeide: Waarlijk, ik zal ziek wezen en niet bij uwe offeringen tegenwoordig zijn.

En Abraham wendde zich in het geheim tot hunne goden, en zeide spottende tot hen: Eet gij niet van het vleesch dat u is voorgezet?
Verse 93

En hij keerde zich tot hen, en sloeg hen met zijne rechterhand en vernietigde hen.
Verse 96

Terwijl God u heeft geschapen en ook datgene wat gij maakt.

En zij smeedden eene list tegen hem. Maar wij deden hem het onderspit delven en bevrijdden hem.
Verse 101

Daarom maakten wij hem bekend, dat hij een zoon zou bekomen, die een zachten aard zou hebben.

En toen hij den ouderdom der jongelingschap had bereikt, en zich met hem in de verrichtingen van den godsdienst kon vereenigen. Zeide Abraham tot hem: O mijn zoon! waarlijk, ik zag in een droom, dat ik u als eene offerande zoude aanbieden. Overweeg dus wat gij meent, dat ik zal doen. Hij antwoordde: O mijn vader! doe wat u bevolen werd; indien het Gode behaagt, zult gij bevinden dat ik het lijdzaam zal ondergaan.
Verse 103

En toen zij beiden zich aan den goddelijken wil hadden onderworpen, en Abraham zijn zoon voorover op het aangezicht had gelegd.
Verse 107

En wij losten zijn zoon met een edel slachtoffer uit.
Verse 108

En wij lieten hem de volgende groete door de verste nakomelingschap bewaren;
Verse 112

Wij verblijdden hem met de belofte van Izaäk, een rechtvaardigen profeet.

En wij zegenden hem en Izaäk; en onder hunne nakomelingschap waren eenige rechtvaardigen, en anderen, die klaarblijkelijk hunne eigene zielen nadeel toebrachten.
Verse 116

Wij ondersteunden hen tegen de Egyptenaren, en zij werden overwinnaars.
Verse 119

En wij lieten de volgende groete door de verste nakomelingschap voor hen bewaren;
Verse 123

En Elias was mede een dergenen, die door ons werden gezonden.
Verse 128

Weshalve zij aan de eeuwige straf zullen worden overgeleverd, behalve de oprechte dienaren Gods
Verse 129

En wij lieten de volgende groete door de verste nakomelingschap voor hem bewaren.
Verse 133

En Lot was mede een dergenen, die door ons werden gezonden.
Verse 135

Behalve eene oude vrouw, zijne huisvrouw, die omkwam met hen die achterbleven.
Verse 137

En gij, o bewoners van Mekka! komt de plaatsen voorbij waar zij eens hebben gewoond, als gij des ochtends reist.
Verse 139

Jonas was mede een dergenen die door ons werden gezonden.
Verse 141

En zij die aan boord waren, lootten onder elkander en hij werd veroordeeld.
Verse 142

En de visch verzwolg hem; want hij had eene bestraffing verdiend.

Waarlijk, dan ware hij, tot den dag der opstanding, in den buik van den visch gebleven.
Verse 148

En zij geloofden: daarom lieten wij hun dit leven nog voor eenigen tijd genieten.
Verse 149

Vraag aan de bewoners van Mekka of uw Heer dochters heeft gelijk zij zonen hebben?

Hebben wij ook de engelen van het vrouwelijke geslacht geschapen, en waren zij er getuigen van?
Verse 152

God heeft eene nakomelingschap gebaard? en zij zijn niet werkelijk leugenaars?
Verse 155

Wilt gij dus niet vermaand wezen?
Verse 157

Brengt thans uw boek der openbaringen voor den dag, indien gij de waarheid spreekt.

En zij maken hem tot een verwante der geniussen, terwijl de geniussen weten, dat hij, die zulke dingen verklaart, aan de eeuwige straf zal worden overgeleverd.
Verse 159

(God is verheven, boven datgene wat zij nopens hem verklaren):
Verse 166

Gods bevelen afwachtende, en wij verkondigen den goddelijken lof.

Indien wij door een boek met goddelijke openbaringen waren begunstigd geworden, van diegene welke aan de ouden werden geschonken.
Verse 170

Maar thans, nu de Koran is geopenbaard, gelooven zij daarin niet; doch hier namaals zullen zij het gevolg van hun ongeloof kennen.
Verse 172

Dat zij zekerlijk tegen de ongeloovigen zouden ondersteund worden,
Verse 175

En zie de rampen die hen zullen bedroeven; want zij zullen uwe toekomstige overwinning en uwen voorspoed zien.
Verse 176

Trachten zij daarom onze wraak te verhaasten?

Waarlijk, wanneer die in hunne afgesloten hoven zal nederdalen, zal het een slechte ochtend zijn voor hen, die te vergeefs werden gewaarschuwd.
Verse 179

Hierna zullen zij uwe overwinning en hunne straf ontwaren.

Geloofd zij uw Heer, de Heer die verre verheven is boven hetgeen zij van hem verklaren!
تقدم القراءة