Vertaling van Soera القمر in het فلمكني (هولندية) uit Salomo Keyzer - Flemish (Dutch) translation
Verse 1
ﮬﮭﮮﮯ
ﮰ
Het uur des oordeels nadert en de maan is gespleten.
Verse 2
Maar als de ongeloovigen een teeken zien, wenden zij zich af, zeggende: dit is eene machtige betoovering.
Verse 3
En zij beschuldigen u, o Mahomet! van bedrog, en volgen hunne eigene lusten: maar ieder ding zal onveranderlijk bepaald wezen.
Verse 4
En nu is eene zending tot hen gekomen, waarin eene afschrikking voor hardnekkig ongeloof ligt opgesloten.
Verse 5
ﯪﯫﯬﯭﯮﯯ
ﯰ
Deze wijsheid is volkomen; maar waarschuwers helpen bij hen niet.
Verse 6
Wend u dus van hen af! Den dag waarop de dagvaardende engel den mensch tot eene verschrikkelijke zaak zal oproepen.
Verse 7
Zullen zij met nedergeslagen blikken uit hunne graven komen, talrijk, als verspreide sprinkhanen.
Verse 8
Zich met schrik naar den dagvaarder spoedende. De ongeloovigen zullen zeggen: Dit is een dag van droefheid.
Verse 9
Het volk van Noach beschuldigde dien profeet, alvorens uw volk u verwierp, het beschuldigde onzen dienaar van bedrog; zeggende: Hij is een bezetene, en hij werd met verwijtingen verworpen.
Verse 10
ﭯﭰﭱﭲﭳ
ﭴ
Hij riep daarom zijn Heer aan, zeggende: Waarlijk, ik ben overweldigd: wreek mij dus.
Verse 11
ﭵﭶﭷﭸﭹ
ﭺ
Daarop openden wij de poorten des hemels, waaruit het water stroomde.
Verse 12
Wij deden de aarde waterstralen uitwerpen, zoodat het water van hemel en aarde zich vereenigde, overeenkomstig het vastgestelde besluit.
Verse 13
ﮅﮆﮇﮈﮉ
ﮊ
Wij droegen hem, op een schip, uit planken en spijkers samengesteld.
Verse 14
ﮋﮌﮍﮎﮏﮐ
ﮑ
Dat zich voor onze oogen voortbewoog, als eene belooning voor hem, die ondankbaar was verworpen.
Verse 15
ﮒﮓﮔﮕﮖﮗ
ﮘ
Wij lieten dat schip tot een teeken dienen. Maar is iemand daardoor gewaarschuwd?
Verse 16
ﮙﮚﮛﮜ
ﮝ
En hoe gestreng was mijne wraak en mijne bedreiging!
Verse 17
Nu hebben wij den Koran gemakkelijk tot eene waarschuwing gemaakt; maar is iemand daardoor gewaarschuwd?
Verse 18
ﮦﮧﮨﮩﮪﮫ
ﮬ
De stam van Ad beschuldigde hunnen profeet van bedrog; maar hoe ernstig was mijne wraak en mijne bedreiging!
Verse 19
Waarlijk, wij zonden, op een dag van voortdurend ongeluk een brullenden wind tegen hen.
Verse 20
ﯘﯙﯚﯛﯜﯝ
ﯞ
Die de menschen wegvoerde, als waren zij met kracht uitgescheurde wortels van palmboomen.
Verse 21
ﯟﯠﯡﯢ
ﯣ
En hoe ernstig was mijne wraak en mijne bedreiging!
Verse 22
Thans hebben wij den Koran gemakkelijk ter waarschuwing gemaakt; maar is iemand daardoor gewaarschuwd?
Verse 23
ﯬﯭﯮ
ﯯ
Die van Thamoed beschuldigden de vermaningen van hunnen profeet van valschheid.
Verse 24
En zij zeiden: Zullen wij een enkel man als wij, onder ons volgen? Waarlijk, wij zouden aan dwaling en ongerijmde dwaasheid schuldig zijn.
Verse 25
Zou de taak van waarschuwing hem, boven het overige gedeelte van ons, opgedragen zijn? Neen, hij is een leugenaar en een onbeschaamde bedrieger.
Verse 26
ﰅﰆﰇﰈﰉ
ﰊ
Maar God zeide tot Saleh: Morgen zullen zij weten wie een leugenaar en een onbeschaamde is;
Verse 27
Want wij zullen zekerlijk de wijfjes-kameel zenden, om hen te beproeven; en gij, sla hen gade, en verdraag hunne beleedigingen met geduld.
Verse 28
Voorspel hun, dat het water der putten tusschen hen zal worden verdeeld, en ieder deel zal beurtelings nedergezet worden.
Verse 29
ﭛﭜﭝﭞ
ﭟ
Zij riepen hunnen makker, en hij nam een zwaard en doodde haar,
Verse 30
ﭠﭡﭢﭣ
ﭤ
Maar hoe ernstig was mijne wraak en mijne bedreiging!
Verse 31
Want wij zonden hun een enkelen kreet van den engel Gabriël te gemoet, en zij werden als de droge stokken, die gebruikt worden door dengeen, welke een kooi voor het vee bouwt.
Verse 32
En thans hebben wij den Koran gemakkelijk ter waarschuwing gemaakt; maar is iemand daardoor gewaarschuwd?
Verse 33
ﭶﭷﭸﭹ
ﭺ
Het volk van Lot beschuldigde zijne prediking van valschheid.
Verse 34
Maar wij zonden een wind tegen hen, die eene regenbui van steenen voortdreef, welke hen allen verdelgde, behalve het gezin van Lot, dat wij vroeg in den ochtend bevrijdden.
Verse 35
Dit was door onze gunst. Zoo beloonen wij hen, die dankbaar zijn.
Verse 36
ﮏﮐﮑﮒﮓ
ﮔ
En Lot had hen gewaarschuwd voor onze gestrenge kastijding; maar zij twijfelden aan die waarschuwing.
Verse 37
Zij eischten zijne gasten, opdat zij hen zouden misbruiken; maar wij staken hunne oogen uit, zeggende: Proeft mijne wraak en mijne bedreiging.
Verse 38
ﮟﮠﮡﮢﮣ
ﮤ
En vroeg in den ochtend verraste hen eene zware straf.
Verse 39
ﮥﮦﮧ
ﮨ
Proeft dus mijne wraak en mijne bedreiging.
Verse 40
Thans hebben wij den Koran gemakkelijk ter waarschuwing, gemaakt; maar is iemand daardoor gewaarschuwd?
Verse 41
ﮱﯓﯔﯕﯖ
ﯗ
De vermaning van Mozes kwam mede tot het volk van Pharao,
Verse 42
Maar zij beschuldigden al onze teekenen van bedrog; daarom kastijdden wij hem met eene machtige en onwederstaanbare kastijding.
Verse 43
O bewoners van Mekka! zijn uwe ongeloovigen beter dan deze? Is u in de schriften vrijstelling van straf beloofd?
Verse 44
ﯫﯬﯭﯮﯯ
ﯰ
Zeggen zij: wij vormen een lichaam van menschen, die in staat zijn onze vijanden te bemeesteren?
Verse 45
ﯱﯲﯳﯴ
ﯵ
De menigte zal zekerlijk op de vlucht worden gejaagd en zij zullen hunne ruggen omkeeren.
Verse 46
ﯶﯷﯸﯹﯺﯻ
ﯼ
Maar het uur des oordeels is hun bedreigde straftijd, en dat uur zal droeviger en bitterder zijn, dan hunne droefheden in dit leven.
Verse 47
ﯽﯾﯿﰀﰁ
ﰂ
Waarlijk, de zondaar doolt in dwaling rond, en zal hier namaals in brandende vlammen worden gemarteld.
Verse 48
Op dien dag zullen zij met hunne aangezichten in het vuur worden geworpen, en men zal hun zeggen: Proeft de aanraking der hel.
Verse 49
ﰍﰎﰏﰐﰑ
ﰒ
Alle dingen hebben wij geschapen, aan een bepaald besluit gebonden.
Verse 50
ﭑﭒﭓﭔﭕﭖ
ﭗ
En ons bevel bestaat slechts in een enkel woord, aan een oogwenk gelijk.
Verse 51
ﭘﭙﭚﭛﭜﭝ
ﭞ
Wij hebben vroeger volken verdelgd, die u gelijk waren; maar is iemand uwer door hun voorbeeld gewaarschuwd?
Verse 52
ﭟﭠﭡﭢﭣ
ﭤ
Alles wat gij doet, is in het boek vermeld, dat door de wakende engelen wordt bewaard.
Verse 53
ﭥﭦﭧﭨ
ﭩ
Elke daad, klein of groot, is op de welbewaarde tafel nedergeschreven.
Verse 54
ﭪﭫﭬﭭﭮ
ﭯ
De vromen zullen echter te midden van tuinen en meren wonen.
Verse 55
ﭰﭱﭲﭳﭴﭵ
ﭶ
In de vergadering der waarheid, in tegenwoordigheid van den machtigsten koning.
تقدم القراءة