Vertaling van Soera الذاريات in het فلمكني (هولندية) uit Salomo Keyzer - Flemish (Dutch) translation
Verse 1
ﯤﯥ
ﯦ
Bij de winden, die het stof verspreiden en verstrooien.
Verse 2
ﯧﯨ
ﯩ
En bij de wolken, die een last van regen dragen;
Verse 3
ﯪﯫ
ﯬ
Bij de schepen, die de zee snel doorklieven.
Verse 4
ﯭﯮ
ﯯ
En bij de engelen, die dingen uitdeelen, noodig voor het onderhoud van alle schepselen
Verse 5
ﯰﯱﯲ
ﯳ
Inderdaad, datgene waarmede gij bedreigd zijt, is zekerlijk waar,
Verse 6
ﯴﯵﯶ
ﯷ
En het laatste oordeel zal gewis komen.
Verse 7
ﭑﭒﭓ
ﭔ
Bij den hemel met paden voorzien.
Verse 8
ﭕﭖﭗﭘ
ﭙ
Gij verschilt zeer in hetgeen gij zegt.
Verse 9
ﭚﭛﭜﭝ
ﭞ
Men zal zich afwenden van dengeen, die van het ware geloof is afgekeerd!
Verse 10
ﭟﭠ
ﭡ
Vervloekt mogen de leugenaars zijn.
Verse 11
ﭢﭣﭤﭥﭦ
ﭧ
Die in diepe wateren van onwetendheid waden, terwijl zij hun heil verwaarloozen.
Verse 12
ﭨﭩﭪﭫ
ﭬ
Zij vragen: Wanneer zal de dag des oordeels komen?
Verse 13
ﭭﭮﭯﭰﭱ
ﭲ
Op dien dag zullen zij in het hellevuur verbrand worden.
Verse 14
En men zal tot hen zeggen: Proeft uwe straf; dit is hetgeen gij verlangd hebt, dat verhaast zou worden.
Verse 15
ﭻﭼﭽﭾﭿ
ﮀ
Maar de vromen zullen tusschen tuinen en fonteinen wonen.
Verse 16
Datgene ontvangende, wat hun Heer hun zal geven, omdat zij vóór dezen dag rechtvaardigen waren.
Verse 17
ﮌﮍﮎﮏﮐﮑ
ﮒ
Zij slapen slechts gedurende een klein gedeelte van den nacht.
Verse 18
ﮓﮔﮕ
ﮖ
En vroeg in den ochtend vragen zij vergiffenis van God.
Verse 19
ﮗﮘﮙﮚﮛ
ﮜ
Een voegzaam deel van hunne welvaart werd hem gegeven, die vroeg, en aan hem, die door schaamte teruggehouden werd te vragen.
Verse 20
ﮝﮞﮟﮠ
ﮡ
Er zijn teekenen van goddelijke macht en goedheid op de aarde, voor de menschen van goed begrip.
Verse 21
ﮢﮣﮤﮥﮦ
ﮧ
Ook in u zelven: zult gij dus niet overwegen?
Verse 22
ﮨﮩﮪﮫﮬ
ﮭ
Uw onderhoud is in den hemel; en evenzeer bevat hij datgene, wat u werd beloofd.
Verse 23
Daarom zweer ik bij den Heer van hemel en aarde, dat dit zekerlijk de waarheid is; overeenkomstig datgene, wat gij zelf zegt.
Verse 24
ﯙﯚﯛﯜﯝﯞ
ﯟ
Is de geschiedenis van Abraham's geachte gasten niet tot uwe kennis gekomen?
Verse 25
Toen zij tot hem ingingen en zeiden: Vrede? antwoordde hij: Vrede! bij zich zelven zeggende: Dit zijn onbekende menschen.
Verse 26
ﯫﯬﯭﯮﯯﯰ
ﯱ
En hij ging heimelijk tot zijn gezin, en bracht een gemest kalf.
Verse 27
ﯲﯳﯴﯵﯶ
ﯷ
Hij zette het voor hen neder, en toen hij zag, dat zij het niet aanraakten, zeide hij: Eet gij niet?
Verse 28
En hij begon vrees voor hen te koesteren. Zij zeiden: Vrees niet, en zij verklaarden hem de belofte van een wijzen zoon.
Verse 29
Zijne vrouw kwam nader; zij gaf een gil, sloeg zich in het aangezicht, en zeide ik ben een oude vrouw en onvruchtbaar!
Verse 30
De engelen zeiden: Dit zeide uw Heer; en waarlijk, hij is de Wijze, de Alwetende.
Verse 31
ﭑﭒﭓﭔﭕﭖ
ﭗ
En Abraham zeide tot hen: wat is dus uwe boodschap, o gezanten van God?
Verse 32
ﭘﭙﭚﭛﭜﭝ
ﭞ
Zij antwoordden: waarlijk, wij worden tot een zondig volk gezonden.
Verse 33
ﭟﭠﭡﭢﭣ
ﭤ
Opdat wij steenen van gebakken klei op hen zouden nederzenden.
Verse 34
ﭥﭦﭧﭨ
ﭩ
Gemerkt door uwen Heer, ter verdelging der zondaren.
Verse 35
ﭪﭫﭬﭭﭮﭯ
ﭰ
En wij telden de ware geloovigen, die in de stad waren.
Verse 36
Maar wij vonden niet meer, dan één gezin van Moslems.
Verse 37
Wij verwoesten hen, en lieten een teeken aldaar, voor hen, die de ernstige kastijding van God vreezen.
Verse 38
In Mozes was mede een teeken, toen Hij hem met duidelijke macht tot Pharao zond.
Verse 39
ﮊﮋﮌﮍﮎﮏ
ﮐ
Maar deze wendde zich met zijne vorsten af, zeggende: Deze man is een toovenaar of een bezetene.
Verse 40
Daarom grepen wij hem en zijne soldaten en wierpen hen in de zee: en hij was waard gestrafd te worden.
Verse 41
En in den stam van Ad was mede een teeken, toen wij een verwoestenden wind tegen hen zonden.
Verse 42
Die niets aanraakte, waar hij nederkwam, of hij verwoeste het, als een verrot voorwerp, en maakte het tot stof.
Verse 43
In Thamoed was eveneens een teeken toen er tot hem werd gezegd: Geniet alles gedurende eenigen tijd.
Verse 44
Maar zij schonden onbeschaamd het bevel van hunnen Heer, waardoor hen een vreeselijk onweder van den hemel overviel, terwijl zij daarheen blikten.
Verse 45
Zij waren niet in staat op hunne voeten te staan, evenmin als zij zich van de verdediging konden redden.
Verse 46
En het volk van Noach verdelgden wij voor dezen; want het was een volk, dat vreeselijk zondigde.
Verse 47
ﯰﯱﯲﯳﯴ
ﯵ
Wij hebben den hemel met macht gebouwd, en dien eene groote uitgebreidheid gegeven.
Verse 48
ﯶﯷﯸﯹ
ﯺ
Wij hebben de aarde daaronder uitgebreid, en hoe gelijkmatig hebben wij dit gedaan.
Verse 49
En van alle dingen hebben wij twee soorten geschapen, opdat gij wellicht zoudt overwegen.
Verse 50
Vlucht dus tot God; waarlijk, ik ben een openlijk waarschuwer van Hem onder u.
Verse 51
Aanbidt geene andere goden behalve uwen Heer. Ik bericht u dit duidelijk uit zijn naam
Verse 52
Op dezelfde wijze kwam er geen gezant tot hunne voorgangers of zij zeiden: Deze man is een toovenaar of een bezetene.
Verse 53
Hebben zij dit gedrag achtervolgens elkander als erfdeel vermaakt? Ja; zij zondigen vreeselijk.
Verse 54
ﭧﭨﭩﭪﭫ
ﭬ
Houdt u dus van hen af, en gij zult vrij van blaam zijn, indien gij aldus handelt.
Verse 55
ﭭﭮﭯﭰﭱ
ﭲ
Maar ga voort met vermanen; want vermaning is den waren geloovigen van voordeel.
Verse 56
ﭳﭴﭵﭶﭷﭸ
ﭹ
Ik heb de geniussen en menschen met geen ander doel geschapen, dan opdat zij mij zouden dienen.
Verse 57
Ik eisch geenerlei onderhoud van hen; evenmin verlang ik, dat zij mij zullen voeden.
Verse 58
Waarlijk, God is degene, die alle schepselen voorziet, en die een aanzienlijke macht bezit.
Verse 59
Aan hen die onzen gezant beleedigden, zal een deel gegeven worden, gelijk aan het deel van hen, die zich in vroegere tijden, evenals zij hebben gedragen; en zij zullen niet wenschen, dat dit verhaast worde.
Verse 60
Wee dus over de ongeloovigen, om hunnen dag, waarmede zij zijn bedreigd!
تقدم القراءة