Vertaling van Soera المدّثر in het فلمكني (هولندية) uit Salomo Keyzer - Flemish (Dutch) translation
Verse 1
ﮪﮫ
ﮬ
O gij die met een mantel bedekt zijt!
Verse 2
ﮭﮮ
ﮯ
Rijs op en predik.
Verse 3
ﮰﮱ
ﯓ
Verheerlijk uwen Heer.
Verse 4
ﯔﯕ
ﯖ
Reinig uwe kleederen!
Verse 5
ﯗﯘ
ﯙ
Ontvlucht iedere schande.
Verse 6
ﯚﯛﯜ
ﯝ
Geef niet in de hoop, daarvoor meer terug te ontvangen.
Verse 7
ﯞﯟ
ﯠ
En wacht geduldig op uwen Heer.
Verse 8
ﯡﯢﯣﯤ
ﯥ
Als de trompet zal klinken.
Verse 9
ﯦﯧﯨﯩ
ﯪ
Waarlijk die dag zal een dag der droefheid wezen.
Verse 10
ﯫﯬﯭﯮ
ﯯ
En pijnlijk voor de ongeloovigen.
Verse 11
ﯰﯱﯲﯳ
ﯴ
Laat mij alleen met hem dien ik geschonken heb;
Verse 12
ﯵﯶﯷﯸ
ﯹ
Wien ik overvloedige rijkdommen heb geschapen.
Verse 13
ﯺﯻ
ﯼ
En kinderen die in zijne tegenwoordigheid wonen;
Verse 14
ﯽﯾﯿ
ﰀ
Voor wien ik de zaken gemakkelijk en gebaand heb gemaakt,
Verse 15
ﰁﰂﰃﰄ
ﰅ
En die begeert, dat ik hem nog andere zegeningen zal zenden.
Verse 16
ﰆﰇﰈﰉﰊﰋ
ﰌ
Volstrekt niet; want hij is een tegenstander onzer wonderteekens.
Verse 17
ﰍﰎ
ﰏ
Ik zal hem met ernstige rampen bedroeven;
Verse 18
ﰐﰑﰒ
ﰓ
Want hij heeft honende uitdrukkingen uitgedacht en gereed gemaakt, om den Koran belachelijk te maken.
Verse 19
ﭑﭒﭓ
ﭔ
Gevloekt zij hij. Hoe kwaadwillig heeft hij die gereed gemaakt!
Verse 20
ﭕﭖﭗﭘ
ﭙ
En hij moge nog eens gevloekt zijn. Hoe kwaadwillig heeft hij die gereed gemaakt!
Verse 21
ﭚﭛ
ﭜ
Hij heeft zijne blikken om zich heen geworpen.
Verse 22
ﭝﭞﭟ
ﭠ
Daarop heeft hij zijn voorhoofd gefronsd en een ernstig gelaat aangenomen.
Verse 23
ﭡﭢﭣ
ﭤ
Vervolgens keerde hij zich van de waarheid en hij was opgeblazen van trotschheid.
Verse 24
ﭥﭦﭧﭨﭩﭪ
ﭫ
En hij zeide: Dit is slechts een goochelstuk, aan anderen ontleend.
Verse 25
ﭬﭭﭮﭯﭰ
ﭱ
Dit zijn slechts de woorden van een mensch.
Verse 26
ﭲﭳ
ﭴ
Ik zal hem in de hel nederwerpen, om verbrand te worden.
Verse 27
ﭵﭶﭷﭸ
ﭹ
En wat zal u doen verstaan, wat de hel is?
Verse 28
ﭺﭻﭼﭽ
ﭾ
Zij laat geen ding onverteerd, noch laat eenige zaak ontsnappen.
Verse 29
ﭿﮀ
ﮁ
Zij verbrandt des menschen vleesch.
Verse 30
ﮂﮃﮄ
ﮅ
Negentien engelen zijn daarover geplaatst.
Wij hebben niemand buiten de engelen aangewezen, om het toezicht over het hellevuur te houden, en wij hebben hun getal slechts uitgedrukt als eene aanleiding tot tweedracht onder de ongeloovigen; opdat zij, aan wie de schriften werden gegeven, zeker mogen zijn van de waarachtigheid van dit boek, en dat de ware geloovigen in geloof mogen vermeerderen. En dat zij, aan wie de schriften werden gegeven en de ware geloovigen, daaraan niet twijfelen; En dat zij, in wier harten een gebrek schuilt, alsmede de ongeloovigen, mogen zeggen: Welke verborgenheid bedoelt God met dit getal? Zoo doet God dwalen naar zijn welbehagen, en hij richt naar zijn welbehagen. Niemand kent de legers van uwen Heer, buiten hem. Dit is slechts eene waarschuwing voor den mensch.
Verse 32
ﯥﯦ
ﯧ
Zekerlijk. Bij de maan.
Verse 33
ﯨﯩﯪ
ﯫ
En den nacht, als die zich verwijdert.
Verse 34
ﯬﯭﯮ
ﯯ
En den ochtend, als die zich roodkleurt.
Verse 35
ﯰﯱﯲ
ﯳ
(Zweer ik) dat dit eene der vreeselijkste rampen is.
Verse 36
ﯴﯵ
ﯶ
Strekkende tot waarschuwing voor den mensch;
Verse 37
Zoowel voor diegenen uwer, welke vooruit loopen, als voor hen die achterblijven.
Verse 38
ﯿﰀﰁﰂﰃ
ﰄ
Iedere ziel wordt in pand gegeven, voor hetgeen zij zal hebben verricht;
Verse 39
ﰅﰆﰇ
ﰈ
Behalve de makkers van de rechterhand.
Verse 40
ﰉﰊﰋ
ﰌ
Die in tuinen zullen wonen, en vragen tot elkander zullen
Verse 41
ﰍﰎ
ﰏ
Richten nopens de zondaars, (en de snoodaards zelven zullen ondervragen, zeggende:)
Verse 42
ﰐﰑﰒﰓ
ﰔ
Wat heeft u in de hel gebracht?
Verse 43
ﰕﰖﰗﰘﰙ
ﰚ
Zij zullen antwoorden: Wij behooren niet tot hen die standvastig in het gebed waren.
Verse 44
ﰛﰜﰝﰞ
ﰟ
Nimmer laafden wij de armen.
Verse 45
ﰠﰡﰢﰣ
ﰤ
Wij baadden ons in lichtvaardige gesprekken met degenen, die zich daartoe leenden.
Verse 46
ﰥﰦﰧﰨ
ﰩ
Wij loochenden den dag des oordeels.
Verse 47
ﰪﰫﰬ
ﰭ
Tot de dood ons overviel.
Verse 48
ﭑﭒﭓﭔ
ﭕ
De tusschentreding der tusschenpersonen zal hen niet helpen.
Verse 49
ﭖﭗﭘﭙﭚ
ﭛ
Wat scheelde hun dus, dat zij zich van de vermaning des Korans afwendden.
Verse 50
ﭜﭝﭞ
ﭟ
Als waren zij verschrikte ezels,
Verse 51
ﭠﭡﭢ
ﭣ
Die den leeuw ontvluchten.
Verse 52
Maar ieder van hen wilde, dat hem een bijzonder besluit van God zou toekomen.
Verse 53
ﭮﭯﭰﭱﭲﭳ
ﭴ
Volstrekt niet. Zij vreezen het volgende leven niet.
Verse 54
ﭵﭶﭷ
ﭸ
Volstrekt niet. Waarlijk, dit is eene toereikende waarschuwing;
Verse 55
ﭹﭺﭻ
ﭼ
En wie geneigd is, gewaarschuwd te worden, dien zal hij (de Koran) waarschuwen.
Verse 56
Doch zij zullen niet gewaarschuwd worden tenzij het Gode zal behagen. Hij is waardig gevreesd te worden, en hij is geneigd te vergeven.
تقدم القراءة