Vertaling van Soera الدّخان in het فلمكني (هولندية) uit Salomo Keyzer - Flemish (Dutch) translation
Verse 1
ﭑ
ﭒ
Ha. Mim.
Verse 2
ﭓﭔ
ﭕ
Bij het doorzichtige boek van den Koran.
Verse 3
Waarlijk wij hebben dit in eenen gezegenden nacht nedergezonden: want wij hadden ons verbonden zoo te handelen.
Verse 4
ﭠﭡﭢﭣﭤ
ﭥ
In den nacht waarin, gij duidelijke wijze, het besluit van ieder bepaald ding is nedergezonden.
Verse 5
Als een bevel van ons. Waarlijk wij waren immer gewoon, gezanten met openbaringen, met zeker tusschenpoozen te zenden.
Verse 6
Als bewijs der genade van uwen Heer; want hij is het die alles hoort en ziet.
Verse 7
De Heer van hemel en aarde en van alles wat daar tusschen is; indien gij menschen van vast geloof zijt.
Verse 8
Er is geen God buiten hem: hij geeft leven en hij doet sterven; hij is uw Heer en de Heer uwer voorvaderen.
Verse 9
ﮍﮎﮏﮐﮑ
ﮒ
Thans vermaken zij zich door te twijfelen.
Verse 10
ﮓﮔﮕﮖﮗﮘ
ﮙ
Maar sla hen gade, op den dag dat de hemel een zichtbaren rook zal voortbrengen.
Verse 11
ﮚﮛﮜﮝﮞﮟ
ﮠ
Die den mensch zal bedekken. Dit zal eene martelende plaag wezen.
Verse 12
ﮡﮢﮣﮤﮥﮦ
ﮧ
Zij zullen zeggen: O Heer! neem deze plaag van ons af; waarlijk wij zullen ware geloovigen worden.
Verse 13
Wat heeft onze vermaning hen in dezen toestand gebaat, toen een duidelijke gezant tot hen kwam.
Verse 14
ﮰﮱﯓﯔﯕﯖ
ﯗ
En zij zich van hem verwijderden, zeggende: Deze man is door anderen onderricht, of hij is een uitzinnig mensch.
Verse 15
Indien wij de plaag eenigermate van u afnemen, zult gij zekerlijk tot uwe ongetrouwheid terugkeeren.
Verse 16
ﯠﯡﯢﯣﯤﯥ
ﯦ
Op den dag waarop wij hen fel en met groote macht zullen aanvallen, waarlijk, dan zullen wij wraak op hen nemen.
Verse 17
Wij beproefden het volk van Pharao vóór hen, en een achtingswaardige gezant kwam tot hen.
Verse 18
Zeggende: Zendt de dienaren van God tot mij, waarlijk, ik ben een verzoenend zendeling voor u.
Verse 19
En staat niet op tegen God, want ik kom met eene duidelijke macht tot u.
Verse 20
ﭜﭝﭞﭟﭠﭡ
ﭢ
Ik zoek eene schuilplaats bij mijn Heer en uw Heer, opdat gij mij niet steenigt.
Verse 21
ﭣﭤﭥﭦﭧ
ﭨ
Indien gij mij niet gelooft, scheidt dan voor het minst van mij.
Verse 22
ﭩﭪﭫﭬﭭﭮ
ﭯ
En toen zij hem van bedrog beschuldigden, riep hij zijn Heer aan, zeggende: Dit is een zondig volk.
Verse 23
ﭰﭱﭲﭳﭴ
ﭵ
En God zeide tot hem: Trek des nachts met mijne dienaren voort; want gij zult vervolgd worden,
Verse 24
En laat de zee gespleten achter u, opdat de Egyptenaren er in gaan. Want zij vormen eene schaar, gedoemd om verdronken te worden.
Verse 25
ﭾﭿﮀﮁﮂ
ﮃ
Hoe vele tuinen en fonteinen.
Verse 26
ﮄﮅﮆ
ﮇ
En bezaaide korenvelden en schoone woningen.
Verse 27
ﮈﮉﮊﮋ
ﮌ
En voordeelen welke gij geniet, lieten zij niet achter zich?
Verse 28
ﮍﮎﮏﮐﮑ
ﮒ
Zoo ontnamen wij hun het bezit daarvan, en wij gaven het, als eene erfenis, aan een ander volk.
Verse 29
Hemel noch aarde hebben om hen geweend; en zij verkregen geen uitstel.
Verse 30
Wij bevrijdden de kinderen Israëls van eene schandelijke mishandeling.
Verse 31
Van Pharao; want hij was hoovaardig en een zondaar.
Verse 32
ﮭﮮﮯﮰﮱﯓ
ﯔ
Wij kozen hen, voorbedachtelijk, boven alle volkeren.
Verse 33
Wij toonden hun verschillende teekenen, waarin een duidelijke proef was gelegen.
Verse 34
ﯝﯞﯟ
ﯠ
Waarlijk deze bewoners van Mekka (ongeloovigen) zeggen:
Verse 35
Zekerlijk zal ons bepaald einde geen ander dan onze eerste, natuurlijke dood wezen; nimmer zullen wij weder worden opgewekt.
Verse 36
ﯪﯫﯬﯭﯮ
ﯯ
Breng dan onze voorvaderen tot het leven terug, indien gij de waarheid spreekt.
Verse 37
Zijn zij beter of het volk van Tobba. En zij die vóór hen bestonden? Wij verdelgden hen, omdat zij zonden bedreven.
Verse 38
Wij hebben de hemelen en de aarde, en alles wat daar tusschen is, niet geschapen, bij wijze van uitspanning.
Verse 39
Wij hebben die in waarheid (ernst) geschapen; maar het grootste deel hunner begrijpt het niet.
Verse 40
ﭑﭒﭓﭔﭕ
ﭖ
Waarlijk, de dag der scheiding zal de bepaalde tijd van hen allen wezen.
Verse 41
Een dag, waarop de meester en de dienaren elkander niet van voordeel zullen wezen, en niet geholpen zullen worden.
Verse 42
Uitgezonderd zij, aan welke God genade zal verleend hebben: want hij is de Machtige, de Genadige.
Verse 43
ﭫﭬﭭ
ﭮ
Waarlijk, de vrucht van den boom van al Zakkoem.
Verse 44
ﭯﭰ
ﭱ
Zal het voedsel van den goddelooze wezen.
Verse 45
ﭲﭳﭴﭵ
ﭶ
Als de droesem van olie, zal het in de buiken der verdoemde koken (als gesmolten metaal).
Verse 46
ﭷﭸ
ﭹ
Zooals het koken, van het heetste water.
Verse 47
ﭺﭻﭼﭽﭾ
ﭿ
Men zal tot de volvoerders van Gods wil zeggen: Grijpt den snoodaard en sleept hem naar het midden der hel.
Verse 48
En werpt op zijn hoofd de marteling van heet water;
Verse 49
ﮈﮉﮊﮋﮌ
ﮍ
Zeggende: Proef dit; want gij zijt de machtige en eerbiedwaardige persoon.
Verse 50
ﮎﮏﮐﮑﮒﮓ
ﮔ
Waarlijk, dit is de straf waaraan gij twijfeldet.
Verse 51
ﮕﮖﮗﮘﮙ
ﮚ
Maar de vromen zullen op eene plaats van zekerheid worden gehuisvest.
Verse 52
ﮛﮜﮝ
ﮞ
Tusschen tuinen en fonteinen.
Verse 53
ﮟﮠﮡﮢﮣ
ﮤ
Zij zullen gekleed worden in fijne zijde en satijn, en zij zullen met de aangezichten tegenover elkander zitten.
Verse 54
ﮥﮦﮧﮨ
ﮩ
Zoo zal het wezen, en zij zullen huwen, met schoone meisjes, die groote, zwarte oogen hebben.
Verse 55
ﮪﮫﮬﮭﮮ
ﮯ
Op die plaats zullen zij, in volle zekerheid, zich alle soorten van vruchten doen toedienen.
Verse 56
Zij zullen daar den dood niet proeven na den eersten dood, en God zal hen van de hellepijnen bevrijden.
Verse 57
Het is door den genadige goedheid van uwen Heer. Dit zal eene groote gelukzaligheid wezen.
Verse 58
ﯦﯧﯨﯩﯪ
ﯫ
Daarenboven hebben wij den Koran gemakkelijk gemaakt, door dien in uwe eigen taal te openbaren, opdat gij tot het einde vermaand zoudt wezen.
Verse 59
ﯬﯭﯮ
ﯯ
Daarom, o Mahomet! wacht den uitslag af; want ook zij wachten slechts, u door een of ander onheil te zien overvallen.
تقدم القراءة