Vertaling van Soera الطور in het فلمكني (هولندية) uit Salomo Keyzer - Flemish (Dutch) translation
Verse 1
ﮞ
ﮟ
Ik zweer bij den berg Sinaï.
Verse 2
ﮠﮡ
ﮢ
En bij het boek, geschreven
Verse 3
ﮣﮤﮥ
ﮦ
Op eene afgewikkelde rol.
Verse 4
ﮧﮨ
ﮩ
En bij het bezochte huis,
Verse 5
ﮪﮫ
ﮬ
En bij het verheven dak des hemels.
Verse 6
ﮭﮮ
ﮯ
En bij den zwellenden oceaan.
Verse 7
ﮰﮱﯓﯔ
ﯕ
Waarlijk de straf van uwen Heer zal zekerlijk nederdalen.
Verse 8
ﯖﯗﯘﯙ
ﯚ
Niemand zal haar kunnen terughouden.
Verse 9
ﯛﯜﯝﯞ
ﯟ
Op dien dag zullen de hemelen schudden en waggelen.
Verse 10
ﯠﯡﯢ
ﯣ
En de bergen zullen wandelen en weggaan.
Verse 11
ﯤﯥﯦ
ﯧ
En wee op dien dag over hen, die Gods gezanten van bedrog beschuldigen.
Verse 12
ﯨﯩﯪﯫﯬ
ﯭ
Die zich vermaken door zich in ijdele twisten te mengen.
Verse 13
ﯮﯯﯰﯱﯲﯳ
ﯴ
Op dien dag zullen zij naar het hellevuur gedreven en er in geworpen worden.
Verse 14
ﯵﯶﯷﯸﯹﯺ
ﯻ
En men zal tot hen zeggen: Dit is het vuur, dat gij als een verdichtsel hebt geloochend.
Verse 15
ﭑﭒﭓﭔﭕﭖ
ﭗ
Is dit eene beguichelende verbeelding? Of ziet gij niet?
Verse 16
Treedt er binnen, om verschroeid te worden. Hetzij gij uwe marteling geduldig of ongeduldig verdraagt, het zal voor u gelijk wezen: gij zult zekerlijk de vergelding ontvangen, van hetgeen gij hebt verricht.
Verse 17
ﭦﭧﭨﭩﭪ
ﭫ
Maar de vromen zullen te midden van tuinen en vermaken wonen.
Verse 18
Zich verlustigende, in hetgeen hun Heer hun zal hebben gegeven; en hun Heer zal hen van de pijnen der hel bevrijden.
Verse 19
ﭵﭶﭷﭸﭹﭺ
ﭻ
En men zal tot hen zeggen: Verzadigt u met de zegeningen, welke u zijn aangeboden, wegens hetgeen gij hebt verricht.
Verse 20
Leunende op in orde geschikte zetels. Wij zullen hen maagden met groote, zwarte oogen doen huwen.
Verse 21
En bij hen, die gelooven, en wier nakomelingschap hen in het geloof volgt, zullen wij hunne nakomelingschap in het paradijs voegen. Wij zullen niets van de verdienste hunner werken verminderen. (Ieder mensch strekt tot gijzelaar, voor hetgeen hij zal hebben verricht).
Verse 22
ﮚﮛﮜﮝﮞ
ﮟ
En wij zullen hun vruchten in overvloed geven, en vleesch van de soorten welke zij zullen begeeren.
Verse 23
Daar zulllen zij elkander een beker aanbieden, waardoor geen ijdel gesprek, of zonde zal worden uitgelokt.
Verse 24
En kinderen, aangewezen om hem te bedienen, zullen rondgaan, schoon als paarlen in hare schelpen verborgen.
Verse 25
ﯓﯔﯕﯖﯗ
ﯘ
En zij zullen elkander naderen en wederkeerig vragen doen.
Verse 26
En zij zullen zeggen: Waarlijk wij verkeerden vroeger, te midden van ons gezin, in groote vrees, nopens onzen staat na den dood.
Verse 27
ﯡﯢﯣﯤﯥﯦ
ﯧ
Maar God is ons genadig geweest, en heeft ons van de pijn van het brandende vuur verlost.
Verse 28
Wij riepen hem vroeger aan, en hij is goed en barmhartig.
Verse 29
Derhalve, o profeet! vermaan gij uw volk. Gij zijt door de genade van uwen Heer noch een waarzegger, noch een bezetene.
Verse 30
Zeggen zij: Hij is een dichter; wij verwachten, dat hij door een of anderen tegenspoed zal worden getroffen.
Verse 31
ﰄﰅﰆﰇﰈﰉ
ﰊ
Zeg: Wacht gij mijn ongeluk? Waarlijk, ik wacht, met u, den tijd uwer verdelging.
Verse 32
Doet hun onontwikkeld verstand hun dit zeggen, of zijn zij verdorven zondaren?
Verse 33
Zeggen zij: Hij heeft den Koran verzonnen? Waarlijk, zij gelooven niet.
Verse 34
ﭣﭤﭥﭦﭧﭨ
ﭩ
Laat hen een gesprek toonen gelijk dit, indien zij de waarheid spreken.
Verse 35
Werden zij door niets geschapen, of waren zij hunne eigene scheppers?
Verse 36
Schiepen zij de hemelen en de aarde? Waarlijk, zij zijn niet vast overtuigd, dat God hen heeft geschapen.
Verse 37
Zijn de schatten van hunnen Heer in hunne handen? Zijn zij de opperste uitdeelers van alle dingen?
Verse 38
Hebben zij eene ladder, waardoor zij naar den hemel kunnen opstijgen, en de gesprekken der engelen hooren? Laat dus een, die deze heeft gehoord, een duidelijk bewijs daarvoor aanwijzen.
Verse 39
ﮏﮐﮑﮒﮓ
ﮔ
Heeft God dochters en hebt gij zonen?
Verse 40
Vraagt gij hun eene belooning voor uwe prediking? Maar zij zijn met schulden beladen.
Verse 41
ﮝﮞﮟﮠﮡ
ﮢ
Zijn de geheimen der toekomst hun bekend, en schrijven zij die van de tafel van Gods besluiten over?
Verse 42
Trachten zij u een valstrik te spannen? Maar de ongeloovigen zijn het, die verschalkt zullen worden.
Verse 43
Hebben zij een god buiten God? God zij verre verheven boven de afgoden, welke zij met Hem vereenigen!
Verse 44
Indien zij een deel van den hemel op zich zagen nedervallen. Zouden zij zeggen: het is slechts eene dikke wolk.
Verse 45
Daarom verlaat hen, tot zij aan hunnen dag zullen zijn gekomen, waarop zij, uit vrees, in zwijm zullen vallen.
Verse 46
Een dag, waarop hunne doortrapte verzinsels hun volstrekt niet zullen baten en zij niet ondersteund zullen worden.
Verse 47
En zij, die onrechtvaardig handelen, zullen zekerlijk eene andere straf buiten deze ondergaan; maar het meerendeel hunner begrijpt niet.
Verse 48
Wacht geduldig het oordeel van uwen Heer nopens hen af; want gij zijt onder onze oogen. Verkondig den lof van uwen Heer als gij opstaat.
Verse 49
ﰋﰌﰍﰎﰏ
ﰐ
En prijs hem des nachts en als de sterren beginnen te verdwijnen.
تقدم القراءة