Vertaling van Soera النجم in het فلمكني (هولندية) uit Salomo Keyzer - Flemish (Dutch) translation
Verse 1
ﭑﭒﭓ
ﭔ
Ik zweer bij de ster als zij ondergaat.
Verse 2
ﭕﭖﭗﭘﭙ
ﭚ
Uw makker Mahomet dwaalt niet, en hij is niet afgeleid.
Verse 3
ﭛﭜﭝﭞ
ﭟ
Evenmin als hij door zijn eigen wil spreekt.
Verse 4
ﭠﭡﭢﭣﭤ
ﭥ
Het is niets anders dan eene openbaring die hem gedaan werd.
Verse 5
ﭦﭧﭨ
ﭩ
Een die machtig is in macht. Leerde het hem
Verse 6
ﭪﭫﭬ
ﭭ
Een met verstand begaafd.
Verse 7
ﭮﭯﭰ
ﭱ
En hij verscheen in het hoogste gedeelte van den gezichteinder.
Verse 8
ﭲﭳﭴ
ﭵ
Daarna naderde hij den profeet en kwam immer nader tot hem.
Verse 9
ﭶﭷﭸﭹﭺ
ﭻ
Tot hij op twee ellebogen afstands van hem, of nog nader was.
Verse 10
ﭼﭽﭾﭿﮀ
ﮁ
En hij openbaarde zijn dienaar, wat deze openbaarde.
Verse 11
ﮂﮃﮄﮅﮆ
ﮇ
Het hart van Mahomet stelde datgene wat hij gezien had, niet valschelijk voor.
Verse 12
ﮈﮉﮊﮋ
ﮌ
Wilt gij dus met hem twisten, nopens hetgeen hij zag?
Verse 13
ﮍﮎﮏﮐ
ﮑ
Hij zag hem ook op een anderen tijd.
Verse 14
ﮒﮓﮔ
ﮕ
Bij den lotus-boom, naast welken geen doorgang is.
Verse 15
ﮖﮗﮘ
ﮙ
Het is nabij den tuin van eeuwig verblijf.
Verse 16
ﮚﮛﮜﮝﮞ
ﮟ
Toen de lotus-boom bedekte, datgene wat bedekt is.
Verse 17
ﮠﮡﮢﮣﮤ
ﮥ
Wendde zijn oog zich niet af, en dwaalde evenmin.
Verse 18
ﮦﮧﮨﮩﮪﮫ
ﮬ
En hij aanschouwde werkelijk sommige der grootste teekenen van zijn Heer.
Verse 19
ﮭﮮﮯ
ﮰ
Wat denkt gij van El-Lat, en al Ozza.
Verse 20
ﮱﯓﯔ
ﯕ
En Menat, die andere, derde godin?.
Verse 21
ﯖﯗﯘﯙ
ﯚ
Hebt gij mannelijke kinderen, en God vrouwelijke?.
Verse 22
ﯛﯜﯝﯞ
ﯟ
Dit is dan eene onrechtvaardige verdeeling.
Verse 23
Het zijn slechts ijdele namen, welke gij en uwe vaderen godheden hebt genoemd. God heeft nopens hen niets geopenbaard, wat hunne vereering wettigt. Zij volgen slechts eene ijdele meening en wat hunne zielen begeeren; en toch is de ware richting van hunnen Heer tot hen gekomen.
Verse 24
ﯼﯽﯾﯿ
ﰀ
Zal de mensch alles hebben, waarnaar hij wenscht?
Verse 25
ﰁﰂﰃ
ﰄ
Dit en het volgende leven zijn Gods eigendom.
Verse 26
En hoeveel engelen er ook in den hemel mogen zijn, hunne tusschenkomst zal niets baten. Tot God verlof zal hebben verleend, aan wien hem zal behagen, en zich zijner zal aannemen.
Verse 27
Waarlijk, zij die niet in het volgende leven gelooven, beweren dat de engelen vrouwen zijn.
Verse 28
Doch zij hebben geene kennis daarvan; zij volgen slechts eene bloote meening; en eene bloote meening vervangt geen ding van waarheid.
Verse 29
Wend u dus van hem af, die zich van onze vermaningen afwendt, en alleen naar het tegenwoordige leven haakt.
Verse 30
Dit is hunne hoogste trap van kennis. Waarlijk, uw Heer kent hem wel, die van zijnen weg afdwaalt, en hij kent dengeen wel, die op den rechten weg is geleid.
Verse 31
Aan God behoort alles, wat zich in den hemel en op de aarde bevindt; hij zal hen vergelden die kwaad verrichten, overeenkomstig datgene wat zij zullen hebben bedreven, en hij zal hen beloonen die goed doen, met de uitmuntendste belooning.
Verse 32
Wat hen betreft, die groote misdaden en hatelijke zonden vermijden en alleen lichtere feilen begaan, waarlijk, hun Heer zal hun ruime genade verleenen. Hij kende u wel, toen hij u uit de aarde voortbracht, en toen gij vruchten in uw moeders schoot waart. Rechtvaardigt u zelven dus niet; hij kent het best den mensch die hem vreest.
Verse 33
ﯢﯣﯤ
ﯥ
Wat denkt gij van hem, die zich van den weg der waarheid afwendt.
Verse 34
ﯦﯧﯨ
ﯩ
En weinig geeft en begeerlijk zijne hand ophoudt?
Verse 35
ﯪﯫﯬﯭﯮ
ﯯ
Is de kennis der toekomst met hem, zoodra hij die ziet?
Verse 36
Is hij niet onderricht van datgene, wat in de boeken van Mozes is bevat.
Verse 37
ﯸﯹﯺ
ﯻ
En van Abraham, die zijn verbintenissen godvruchtig volbracht?
Verse 38
ﯼﯽﯾﯿﰀ
ﰁ
Te weten: dat eene belaste ziel niet den last van eene andere zal dragen.
Verse 39
ﰂﰃﰄﰅﰆﰇ
ﰈ
En dat den mensch, die rechtvaardig is, niets zal worden opgelegd, behalve zijn eigen arbeid.
Verse 40
ﰉﰊﰋﰌ
ﰍ
Dat zijn arbeid hiernamaals zekerlijk naar waarde zal worden geschat.
Verse 41
ﰎﰏﰐﰑ
ﰒ
En dat hij daarvoor met de meest overvloedige belooning zal worden beschonken.
Verse 42
ﰓﰔﰕﰖ
ﰗ
Dat het einde van alle dingen bij den Heer zal wezen.
Verse 43
ﰘﰙﰚﰛ
ﰜ
Dat hij doet lachen en doet weenen.
Verse 44
ﰝﰞﰟﰠ
ﰡ
Dat hij dood en leven geeft.
Verse 45
ﭑﭒﭓﭔﭕ
ﭖ
Dat hij de beide kunnen: de mannelijke en de vrouwelijke, schiep.
Verse 46
ﭗﭘﭙﭚ
ﭛ
Van zaad als het uitgeworpen is.
Verse 47
ﭜﭝﭞﭟ
ﭠ
Dat hem eene andere voortbrenging behoort, namelijk de wederopwekking hiernamaals, van den dood ten leven.
Verse 48
ﭡﭢﭣﭤ
ﭥ
En dat hij verrijkt, en bezittingen doet verkrijgen.
Verse 49
ﭦﭧﭨﭩ
ﭪ
Dat hij den Heer van het hondsgesternte is.
Verse 50
ﭫﭬﭭﭮ
ﭯ
Dat hij den ouden stam van Ad verwoestte.
Verse 51
ﭰﭱﭲ
ﭳ
En Thamoed; en niet een van hen liet leven.
Verse 52
Als ook het volk van Noach, vóór hen: want zij waren ten hoogste onrechtvaardig en zondig.
Verse 53
ﭿﮀ
ﮁ
En de straf des hemels bedekte haar.
Verse 54
ﮂﮃﮄ
ﮅ
En de omvergeworpen steden, heeft hij ten onderst boven gekeerd.
Verse 55
ﮆﮇﮈﮉ
ﮊ
Welke der voordeelen van uwen Heer, o mensch! zult gij in twijfel trekken?
Verse 56
ﮋﮌﮍﮎﮏ
ﮐ
Deze gezant is een prediker, evenals de predikers, die hem voorafgingen.
Verse 57
ﮑﮒ
ﮓ
De dag des oordeels komt nader;
Verse 58
ﮔﮕﮖﮗﮘﮙ
ﮚ
Er is niemand, die daarvan den juisten tijd kan bepalen, behalve God.
Verse 59
ﮛﮜﮝﮞ
ﮟ
Verwondert gij u dus over deze nieuwe openbaring?
Verse 60
ﮠﮡﮢ
ﮣ
En lacht gij, in plaats van te weenen?
Verse 61
ﮤﮥ
ﮦ
Terwijl gij uw tijd in ijdele uitspanningen doorbrengt.
Verse 62
ﮧﮨﮩﮪ
ﮫ
Vereert veeleer God en dient hem.
تقدم القراءة