Vertaling van Soera الرحمن in het فلمكني (هولندية) uit Salomo Keyzer - Flemish (Dutch) translation
Verse 1
ﭷ
ﭸ
De Barmhartige
Verse 2
ﭹﭺ
ﭻ
Heeft zijn dienaar in den Koran onderwezen.
Verse 3
ﭼﭽ
ﭾ
Hij schiep den mensch.
Verse 4
ﭿﮀ
ﮁ
Hij heeft hem eene duidelijke spraak geleerd.
Verse 5
ﮂﮃﮄ
ﮅ
De zon en de maan leggen haren loop af, overeenkomstig eene zekere wet.
Verse 6
ﮆﮇﮈ
ﮉ
En de planten, die over den grond kruipen, en de boomen zijn aan zijne beschikking onderworpen.
Verse 7
ﮊﮋﮌﮍ
ﮎ
Hij verhief den hemel, en stelde de weegschaal vast.
Verse 8
ﮏﮐﮑﮒ
ﮓ
Opdat gij niet zoudt zondigen tegen het gewicht.
Verse 9
ﮔﮕﮖﮗﮘﮙ
ﮚ
Weeg dus juist, en verminder het gewicht niet.
Verse 10
ﮛﮜﮝ
ﮞ
En hij heeft de aarde voor levende schepselen ingericht.
Verse 11
ﮟﮠﮡﮢﮣ
ﮤ
Daarop zijn verschillende vruchten en palmboomen, die bloemtrossen dragen.
Verse 12
ﮥﮦﮧﮨ
ﮩ
En graan dat kaf en bladeren heeft.
Verse 13
ﮪﮫﮬﮭ
ﮮ
Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?
Verse 14
ﮯﮰﮱﯓﯔ
ﯕ
Hij schiep den mensch van gedroogde klei, als een aarden vaatwerk.
Verse 15
ﯖﯗﯘﯙﯚﯛ
ﯜ
Maar hij schiep de geniussen van vuur, dat rein van rook was.
Verse 16
ﯝﯞﯟﯠ
ﯡ
Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?
Verse 17
ﯢﯣﯤﯥ
ﯦ
Hij is de Heer van het Oosten; En de Heer van het Westen.
Verse 18
ﯧﯨﯩﯪ
ﯫ
Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?
Verse 19
ﭑﭒﭓ
ﭔ
Hij heeft de beide zeeën gescheiden.
Verse 20
ﭕﭖﭗﭘ
ﭙ
Opdat zij elkander zouden ontmoeten; tusschen haar is eene afscheiding geplaatst, welke zij niet kunnen overschrijden.
Verse 21
ﭚﭛﭜﭝ
ﭞ
Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?
Verse 22
ﭟﭠﭡﭢ
ﭣ
Zij beide leveren paarlen en koraal op.
Verse 23
ﭤﭥﭦﭧ
ﭨ
Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?
Verse 24
ﭩﭪﭫﭬﭭﭮ
ﭯ
Hem behooren ook de schepen, die, als bergen, de zee doorklieven.
Verse 25
ﭰﭱﭲﭳ
ﭴ
Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?
Verse 26
ﭵﭶﭷﭸ
ﭹ
Ieder schepsel dat op de aarde leeft, is aan de vergankelijkheid onderworpen.
Verse 27
ﭺﭻﭼﭽﭾﭿ
ﮀ
Maar het glorierijke en heerlijke aangezicht van uwen Heer zal eeuwig blijven.
Verse 28
ﮁﮂﮃﮄ
ﮅ
Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?
Verse 29
Aan hem richten alle schepselen, die in den hemel en op aarde zijn, verzoeken; iederen dag is hij met een nieuw werk bezig.
Verse 30
ﮒﮓﮔﮕ
ﮖ
Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?
Verse 31
ﮗﮘﮙﮚ
ﮛ
Wij zullen u zekerlijk op den jongsten dag wachten, om u te richten, o geniussen en menschen!
Verse 32
ﮜﮝﮞﮟ
ﮠ
Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?
Verse 33
O gij, vereeniging van geniussen en menschen! indien gij in staat zijt, de grenzen van den hemel en de aarde te overschrijden, doe het; maar gij zult het niet, dan door eene volstrekte macht doen.
Verse 34
ﯔﯕﯖﯗ
ﯘ
Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?
Verse 35
Een vuurvlam zonder rook, en een rook zonder vlam zullen op u worden nedergezonden, en gij zult niet in staat zijn, u daartegen te beschutten.
Verse 36
ﯢﯣﯤﯥ
ﯦ
Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?
Verse 37
ﯧﯨﯩﯪﯫﯬ
ﯭ
En als de hemel gespleten wordt, en zich rood als eene roos of als eene roodgeverfde huid zal vertoonen.
Verse 38
ﯮﯯﯰﯱ
ﯲ
Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?
Verse 39
Op dien dag zal mensch noch genius nopens zijne zonde worden ondervraagd.
Verse 40
ﯼﯽﯾﯿ
ﰀ
Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?
Verse 41
ﰁﰂﰃﰄﰅﰆ
ﰇ
De zondaren zullen door hunne werken worden herkend, en zij zullen van voren bij hunne lokken en bij hunne voeten gegrepen, en in de hel geworpen worden.
Verse 42
ﭑﭒﭓﭔ
ﭕ
Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?
Verse 43
ﭖﭗﭘﭙﭚﭛ
ﭜ
Dit is de hel, welke de zondaren als eene valschheid loochenen.
Verse 44
ﭝﭞﭟﭠﭡ
ﭢ
Zij zullen daar, tusschen vlammen en kokend water, op- en nedergaan.
Verse 45
ﭣﭤﭥﭦ
ﭧ
Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?
Verse 46
ﭨﭩﭪﭫﭬ
ﭭ
Maar voor hem, die de rechtbank zijns Heeren vreest, zijn twee tuinen gemaakt.
Verse 47
ﭮﭯﭰﭱ
ﭲ
Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?
Verse 48
ﭳﭴ
ﭵ
Met schaduwrijke boomen beplant.
Verse 49
ﭶﭷﭸﭹ
ﭺ
Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?
Verse 50
ﭻﭼﭽ
ﭾ
In elken daarvan zullen twee fonteinen stroomen.
Verse 51
ﭿﮀﮁﮂ
ﮃ
Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?
Verse 52
ﮄﮅﮆﮇﮈ
ﮉ
In elken van hen zullen twee soorten van elke vrucht zijn.
Verse 53
ﮊﮋﮌﮍ
ﮎ
Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?
Verse 54
Zij zullen op zetels rusten, waarvan de leuningen zullen gevormd zijn van zijde met goud doorweven, en de vrucht zal dicht bij de hand zijn, om verzameld te worden.
Verse 55
ﮚﮛﮜﮝ
ﮞ
Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?
Verse 56
Daar zullen zij door schoone maagden worden ontvangen, die hare oogen van ieder, behalve van hare echtgenooten, zullen afwenden; die nimmer vóór hen, door een man of een genius zijn aangeraakt.
Verse 57
ﮩﮪﮫﮬ
ﮭ
Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?
Verse 58
ﮮﮯﮰ
ﮱ
Hebbende huiden als robijnen en paarlen.
Verse 59
ﯓﯔﯕﯖ
ﯗ
Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?
Verse 60
ﯘﯙﯚﯛﯜ
ﯝ
Waardoor zou het goede anders dan door het goede beloond worden?
Verse 61
ﯞﯟﯠﯡ
ﯢ
Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?
Verse 62
ﯣﯤﯥ
ﯦ
En naast deze, zullen twee anderen tuinen zijn.
Verse 63
ﯧﯨﯩﯪ
ﯫ
Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?
Verse 64
ﯬ
ﯭ
Van donker groen.
Verse 65
ﯮﯯﯰﯱ
ﯲ
Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?
Verse 66
ﯳﯴﯵ
ﯶ
In elken daarvan zullen twee fonteinen een overvloed van water doen uitstroomen.
Verse 67
ﯷﯸﯹﯺ
ﯻ
Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?
Verse 68
ﯼﯽﯾﯿ
ﰀ
In elken van dezen zullen vruchten, palmboomen en granaatappelen zijn.
Verse 69
ﰁﰂﰃﰄ
ﰅ
Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?
Verse 70
ﭑﭒﭓ
ﭔ
Daarin zullen liefelijke en schoone maagden zijn.
Verse 71
ﭕﭖﭗﭘ
ﭙ
Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?
Verse 72
ﭚﭛﭜﭝ
ﭞ
Hebbende schoone, zwarte oogen, en door pavilloenen voor het oog verborgen.
Verse 73
ﭟﭠﭡﭢ
ﭣ
Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?
Verse 74
ﭤﭥﭦﭧﭨﭩ
ﭪ
Welke vóór de haar bestemde echtgenooten, door man noch genius, zijn aangeraakt.
Verse 75
ﭫﭬﭭﭮ
ﭯ
Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?
Verse 76
ﭰﭱﭲﭳﭴﭵ
ﭶ
Daar zullen zij zich vermaken, liggende op groene kussens en prachtige tapijten.
Verse 77
ﭷﭸﭹﭺ
ﭻ
Welke der voordeelen van uwen Heer zult gij dus ondankbaar loochenen?
Verse 78
ﭼﭽﭾﭿﮀﮁ
ﮂ
Geloofd zij de naam van uwen Heer, die met glans en eer is omgeven.
تقدم القراءة