سورة الواقعة

Salomo Keyzer - Flemish (Dutch) translation

Vertaling van Soera الواقعة in het فلمكني (هولندية) uit Salomo Keyzer - Flemish (Dutch) translation

Salomo Keyzer - Flemish (Dutch) translation

Verse 1


Als de onvermijdelijke dag des oordeels plotseling zal komen.
Verse 2

Zal geene ziel de voorspelling zijner komst van valschheid beschuldigen.
Verse 3

Sommigen zullen daardoor vernederd, en anderen verheven worden.
Verse 7

En gij, menschen, in drie duidelijke klassen zult verdeeld worden.

De makkers van de rechterhand (hoe gelukkig zullen de makkers der rechterhand wezen).

En de makkers der linkerhand, (hoe ellendig zullen de makkers der linkerhand zijn);
Verse 10

En zij, die anderen in het geloof zijn voorgegaan, zullen hen in het paradijs voorafgaan.
Verse 11

Dat zijn zij, die God zullen naderen.
Verse 13

Daar zullen velen van de vroegere godsdiensten.
Verse 15

Rustende op zetels met goud en edelgesteenten versierd.
Verse 17

Jonge lieden, die eeuwig jong zullen blijven, zullen om hen heen gaan, om hen te bedienen.

Hunne hoofden zullen geen pijn gevoelen, door dien te drinken, en hun verstand zal niet beneveld worden.
Verse 20

En met vruchten, van de soorten, welke zij zullen kiezen.
Verse 21

En het vleesch van de vogelsoort, welke zij zullen begeeren.
Verse 22

Daar zullen zij door schoone maagden worden vergezeld,
Verse 23

Met groote, zwarte oogen, gelijkende op paarlen, die in hare schelpen verborgen zijn.
Verse 24

Dit zal een belooning wezen, voor hetgeen zij zullen hebben verricht.

En de makkers der rechterhand (hoe gelukkig zullen de makkers der rechterhand wezen!)
Verse 28

Zullen hun verblijf houden onder lotusboomen, vrij van doornen.
Verse 29

En banaan-boomen, geregeld beladen met hunne voortbrengselen, van den top tot den stam.
Verse 32

En te midden van een overvloed van vruchten.
Verse 33

Welke niemand zal afsnijden, en waarvan de inzameling niet zal verboden zijn.
Verse 34

En zij zullen op verheven bedden uitrusten.
Verse 35

Waarlijk, wij hebben de maagden van het paradijs door eene bijzondere schepping gevormd;
Verse 36

En wij hebben haar tot maagden gemaakt.
Verse 37

Bemind door hare echtgenooten, die van gelijken ouderdom met haar zijn.
Verse 38

Tot de geneugten der makkers van de rechterhand.
Verse 39

Daar zullen velen van de vroegere godsdiensten.

En de makkers van de linkerhand (hoe ellendig zullen de makkers der linkerhand zijn).
Verse 42

Zullen wonen te midden van brandende, verpestende winden en kokend water.

Want zij genoten de genoegens van het leven, vóór dit, terwijl zij op de aarde waren.

En zij zeiden: Nadat wij zullen gestorven, en tot stof en beenderen geworden zijn, zullen wij dan zekerlijk tot het leven worden opgewekt?
Verse 48

Zullen onze vaderen ook met ons worden opgewekt?

Zullen zekerlijk op den vooraf bepaalden tijd van een bekenden dag worden bijeen verzameld, om geoordeeld te worden.

En gij, o menschen! die gedwaald, en de opstanding als eene valschheid geloochend hebt.
Verse 55

Gij zult drinken, zooals een dorstige kameel drinkt.
Verse 57

Wij hebben u geschapen; wilt gij dus niet gelooven, dat wij u van den dood kunnen opwekken? Wat denkt gij?

Wij zijn in staat anderen, gelijk gij in uw plaats te stellen, en u terug te brengen in den toestand of den vorm, dien gij niet kent.

Gij kent de schepping; wilt gij dus niet overwegen, dat wij u, door u op te wekken, weder kunnen voortbrengen?

Indien het ons behaagde, waarlijk, wij konden het droog en onvruchtbaar maken, zoodat gij niet zoudt ophouden u te verwonderen, zeggende:
Verse 66

Waarlijk, wij hebben verbintenissen aangegaan voor zaad en arbeid,
Verse 67

Maar het is ons niet geoorloofd, de vruchten daarvan te oogsten.

Indien het ons behaagde, zouden wij het brak kunnen maken. Zult gij dus niet dankbaar wezen?

Brengt gij den boom voort, waardoor gij dat doet ontstaan? Of brengen wij dien voort?

Wij hebben dit als eene vermaning bevolen en tot een voordeel voor hen, die door de woestijnen reizen.
Verse 78

Waarvan het oorspronkelijke in het welbewaarde boek is geschreven.
Verse 82

En is dit uwe vergelding voor uw voedsel, hetwelk gij van God ontvangt, dat gij u zelven loochent, hem daarvoor verplicht te zijn?
Verse 83

Als de ziel van een stervend mensch tot zijne keel opstijgt.

Zoudt gij dan niet, indien gij hier namaals niet voor uwe daden werdt vergolden.
Verse 87

Die in het lichaam doen terugkeeren, indien gij de waarheid spreekt?
Verse 89

Zal de belooning zijn, rust, genade en een tuin van vermaak.

Dan zal hij gegroet worden met de begroeting: Vrede zij over u! door de makkers der rechterhand, zijne broeders.

Of, indien hij tot hen behoort, die het ware geloof (den profeet) verworpen hebben. En afgedwaald zijn.
Verse 94

En de verbranding door het hellevuur.
تقدم القراءة