Vertaling van Soera القلم in het فلمكني (هولندية) uit Salomo Keyzer - Flemish (Dutch) translation
Verse 1
ﮉﮊﮋﮌﮍ
ﮎ
Noen. (Ik zweer) bij de pen en wat zij (de menschen) schrijven.
Verse 2
ﮏﮐﮑﮒﮓ
ﮔ
Gij, o Mahomet! zijt, door de genade van uwen Heer, geen bezetene.
Verse 3
ﮕﮖﮗﮘﮙ
ﮚ
Waarlijk, er is u eene eeuwige belooning gereed gemaakt;
Verse 4
ﮛﮜﮝﮞ
ﮟ
Want gij hebt een verheven karakter.
Verse 5
ﮠﮡ
ﮢ
Gij zult zien en de ongeloovigen zullen het zien.
Verse 6
ﮣﮤ
ﮥ
Wie uwer van zijne zinnen is beroofd.
Verse 7
Waarlijk, uw Heer kent hen wel, die zijn pad verlaat, en hij kent hen wel, die op den rechten weg geleid worden.
Verse 8
ﯓﯔﯕ
ﯖ
Gehoorzaam hen dus niet, die u van bedrog beschuldigen.
Verse 9
ﯗﯘﯙﯚ
ﯛ
Zij begeeren, dat gij hen met zachtheid zoudt behandelen, en dan zouden zij u ook met zachtheid behandelen.
Verse 10
ﯜﯝﯞﯟﯠ
ﯡ
Maar geloof niemand die ieder oogenblik zweert en een verachtelijke is.
Verse 11
ﯢﯣﯤ
ﯥ
Luister niet naar den lasteraar, die met leugens omgaat.
Verse 12
ﯦﯧﯨﯩ
ﯪ
Die verbiedt wat goed is; die een overtreder, een snoodaard is.
Verse 13
ﯫﯬﯭﯮ
ﯯ
De onmeêdoogende en buitendien van onreine geboorte.
Verse 14
ﯰﯱﯲﯳﯴ
ﯵ
Zelfs indien hij rijkdommen en vele kinderen heeft.
Verse 15
Als hem onze teekenen herinnerd worden, zegt hij: Dit zijn fabelen van de ouden.
Verse 16
ﯾﯿﰀ
ﰁ
Wij zullen een vurig kenteeken op zijn neus drukken.
Verse 17
Waarlijk, wij hebben de bewoners van Mekka beproefd, zooals wij vroeger de eigenaars van den tuin beproefden, toen zij zwoeren, dat zij de vruchten daarvan des ochtends zouden verzamelen.
Verse 18
ﭜﭝ
ﭞ
En er de uitzondering niet bijvoegden: Indien het Gode behaagt.
Verse 19
En de tuin werd door eene verwoesting van uwen Heer overvallen, terwijl zij sliepen.
Verse 20
ﭧﭨ
ﭩ
En des ochtends was die, als een tuin waarvan de vruchten reeds verzameld waren.
Verse 21
ﭪﭫ
ﭬ
En zij riepen elkander, toen zij des morgens opstonden, zeggende:
Verse 22
Ga vroeg naar uwe beplanting, indien gij voornemens zijt de vruchten daarvan te verzamelen.
Verse 23
ﭵﭶﭷ
ﭸ
Daarop gingen zij, terwijl zij elkander toefluisterden:
Verse 24
ﭹﭺﭻﭼﭽﭾ
ﭿ
Geen arme zal heden uwen tuin binnentreden.
Verse 25
ﮀﮁﮂﮃ
ﮄ
En zij vertrokken vroeg, met het voorgestelde doel, niets te geven.
Verse 26
ﮅﮆﮇﮈﮉ
ﮊ
Toen zij zagen dat de tuin verzengd en verwoest was, zeiden zij: Wij hebben ons zeker in den weg vergist.
Verse 27
ﮋﮌﮍ
ﮎ
(Maar toen zij bevonden dat het hun eigen tuin was), riepen zij uit: Waarlijk, het is ons niet geoorloofd (de vruchten daarvan te plukken).
Verse 28
De verstandigste van hen zeide: Heb ik u niet gezegd: Waarom gedenkt gij God niet?
Verse 29
ﮗﮘﮙﮚﮛﮜ
ﮝ
Zij antwoordden: Geloofd zij onze Heer! Waarlijk, wij waren zondaren.
Verse 30
ﮞﮟﮠﮡﮢ
ﮣ
En zij begonnen elkander te laken.
Verse 31
ﮤﮥﮦﮧﮨ
ﮩ
En zij zeiden: Wee over ons! waarlijk, wij waren zondaren.
Verse 32
Misschien zal onze Heer ons een beteren tuin dan dezen in ruiling geven; en wij smeeken onzen Heer ernstig, ons vergiffenis te schenken.
Verse 33
Dit is de kastijding van dit leven; maar de kastijding van het volgende leven zal gestrenger zijn. Indien zij het geweten hadden, zouden zij zich in acht genomen hebben.
Verse 34
ﯡﯢﯣﯤﯥﯦ
ﯧ
Waarlijk, voor de vromen zijn, door hunnen Heer, heerlijke tuinen gereed gemaakt.
Verse 35
ﯨﯩﯪ
ﯫ
Zouden wij met de Moslems, even als met de zondaren handelen?
Verse 36
ﯬﯭﯮﯯ
ﯰ
Wat scheelt u, dat gij aldus oordeelt?
Verse 37
ﯱﯲﯳﯴﯵ
ﯶ
Hebt gij een boek (van den hemel) waarin gij leest.
Verse 38
ﯷﯸﯹﯺﯻ
ﯼ
Dat gij datgene zult verkrijgen, wat gij zult verkiezen?
Verse 39
Of hebt gij eeden ontvangen, die ons op den dag der opstanding zullen binden, dat gij zult genieten wat gij u verbeeldt?
Verse 40
ﰊﰋﰌﰍ
ﰎ
Vraag hun wie van hen dit waarborgt.
Verse 41
Of hebben zij makkers, die borg voor hen blijven? Laat hen dan hunne makkers toonen, indien zij de waarheid spreken.
Verse 42
Op een zekeren dag zal het been ontbloot worden, en zij zullen opgeroepen worden om te aanbidden; maar zij zullen daartoe niet in staat zijn.
Verse 43
Hunne oogen zullen nedergeslagen zijn en zij zullen door de schande worden gevolgd, omdat zij tot de vereering van God werden uitgenoodigd, terwijl zij in zekerheid waren, maar niet wilden hooren.
Verse 44
Spreek dus niet ten gunste van hen, die deze openbaring van bedrog beschuldigen. Wij zullen hen allengs tot de vernietiging voeren, langs wegen die zij niet kennen.
Verse 45
ﭪﭫﭬﭭﭮﭯ
ﭰ
Ik zal hun een ruimen tijd verleenen; want mijne krijgslist is onfeilbaar.
Verse 46
Vraagt gij hun eenige belooning voor uwe prediking? Maar zij zijn met schulden beladen.
Verse 47
ﭹﭺﭻﭼﭽ
ﭾ
Zijn de geheimen der toekomst met hen, en schrijven zij die van de tafel van Gods besluiten af?
Verse 48
Wacht dus geduldig het oordeel van uwen Heer af, en wees niet zoo als hij, die door den visch werd verzwolgen toen hij God aanriep, terwijl hij innerlijk toornig was.
Verse 49
Had de genade van zijn Heer hem niet bereikt, dan ware hij zeker, met schaamte bedekt, op de naaste kust geworpen geworden.
Verse 50
ﮖﮗﮘﮙﮚ
ﮛ
Maar zijn Heer koos hem, en maakte hem tot een der rechtvaardigen.
Verse 51
Er ontbreekt slechts weinig aan, of de ongeloovigen zouden u met hunne arglistige blikken nederwerpen, als zij de vermaning van den Koran hooren; en zij zeggen: Hij is zekerlijk bezeten.
Verse 52
ﮩﮪﮫﮬﮭ
ﮮ
Maar hij (de Koran) is slechts eene vermaning aan alle schepselen.
تقدم القراءة