Vertaling van Soera المعارج in het فلمكني (هولندية) uit Salomo Keyzer - Flemish (Dutch) translation
Verse 1
ﮮﮯﮰﮱ
ﯓ
Iemand vraagt en roept om wraak.
Verse 2
ﯔﯕﯖﯗ
ﯘ
Over de ongeloovigen. Er zal niemand wezen, die verhinderen kan.
Verse 3
ﯙﯚﯛﯜ
ﯝ
Dat God hen bedroeven, de meester der trappen.
Verse 4
Langs welke de engelen tot hem opstijgen in een dag, wiens uitgebreidheid vijftig duizend jaren bedraagt.
Verse 5
ﯪﯫﯬ
ﯭ
Daarom, verdraagt de beleedigingen van de bewoners van Mekka met lofwaardig geduld.
Verse 6
ﯮﯯﯰ
ﯱ
Want zij (de ongeloovigen) zien hunne straf ver verwijderd.
Verse 7
ﯲﯳ
ﯴ
Maar wij zien die nabij.
Verse 8
ﯵﯶﯷﯸ
ﯹ
Op een zekeren dag zal de hemel als gesmolten koper worden.
Verse 9
ﯺﯻﯼ
ﯽ
En de bergen gelijk wol van verschillende kleuren, door den wind uiteengedreven.
Verse 10
ﯾﯿﰀﰁ
ﰂ
En een vriend zal den ander niet naar zijn toestand vragen
Verse 11
Hoewel zij elkander zien. De zondaar zal trachten, zich van de straf van dien dag los te koopen, door zijne kinderen op te offeren
Verse 12
ﭜﭝ
ﭞ
En zijne vrouw en zijn broeder.
Verse 13
ﭟﭠﭡ
ﭢ
En zijne bloedverwanten die hem vriendschap bewezen;
Verse 14
ﭣﭤﭥﭦﭧﭨ
ﭩ
En allen die op aarde zijn. Hij zal begeeren daardoor gered te worden.
Verse 15
ﭪﭫﭬﭭ
ﭮ
Maar in geenen deele; want het hellevuur,
Verse 16
ﭯﭰ
ﭱ
Dat hen bij de schedels zal grijpen,
Verse 17
ﭲﭳﭴﭵ
ﭶ
Zal iederen persoon opeischen, die zijn rug zal hebben toegewend, en het geloof ontvlucht is.
Verse 18
ﭷﭸ
ﭹ
En die rijkdommen verzameld heeft, en deze gierig ophoopt.
Verse 19
ﭺﭻﭼﭽﭾ
ﭿ
Waarlijk, de mensch is zeer begeerig geschapen.
Verse 20
ﮀﮁﮂﮃ
ﮄ
Als het kwaad hem treft, is hij ternedergeslagen.
Verse 21
ﮅﮆﮇﮈ
ﮉ
Maar als het goede hem toevloeit, word hij karig.
Verse 22
ﮊﮋ
ﮌ
Zoo bestaan niet degenen die godvruchtig zijn.
Verse 23
ﮍﮎﮏﮐﮑ
ﮒ
Die in hunne gebeden volharden.
Verse 24
ﮓﮔﮕﮖﮗ
ﮘ
En zij, die gereed zijn, een zeker voegzaam deel van hunne bezittingen te geven.
Verse 25
ﮙﮚ
ﮛ
Aan hem die vraagt, en aan hem, die door schaamte teruggehouden wordt te vragen.
Verse 26
ﮜﮝﮞﮟ
ﮠ
Zij, die oprecht in den dag des oordeels gelooven,
Verse 27
ﮡﮢﮣﮤﮥﮦ
ﮧ
En de straf van hunnen Heer vreezen
Verse 28
ﮨﮩﮪﮫﮬ
ﮭ
(Want niemand is beveiligd tegen de straf van zijnen Heer).
Verse 29
ﮮﮯﮰﮱ
ﯓ
Die ingetogen leven.
Verse 30
En die geen gemeenschap hebben met andere vrouwen dan met de hunne, of de slavinnen, die door hunne rechterhanden worden bezeten; want zij zijn zonder blaam.
Verse 31
Maar zij, die gemeenschap met andere vrouwen buiten deze hebben, zijn zondaren.
Verse 32
ﯧﯨﯩﯪﯫ
ﯬ
Zij, die wat hun werd toevertrouwd en hun verbond getrouw bewaren.
Verse 33
ﯭﯮﯯﯰ
ﯱ
Die onwrikbaar in hunne verklaringen zijn.
Verse 34
ﯲﯳﯴﯵﯶ
ﯷ
En die de vereischte voorschriften bij hunne gebeden nauwkeurig in acht nemen.
Verse 35
ﯸﯹﯺﯻ
ﯼ
Deze zullen hooggeëerd zijn, en te midden van tuinen wonen.
Verse 36
ﯽﯾﯿﰀﰁ
ﰂ
Wat scheelt de ongeloovigen, dat zij voor u uitgaan
Verse 37
ﰃﰄﰅﰆﰇ
ﰈ
In scharen ter rechter- en ter linkerhand?
Verse 38
Wenscht een hunner den tuin des genots binnen te gaan?
Verse 39
ﰒﰓﰔﰕﰖﰗ
ﰘ
Volstrekt niet.--Waarlijk, wij hebben hen geschapen, van datgene wat zij kennen.
Verse 40
Ik zweer bij den Heer van het Oosten en het Westen, dat wij in staat zijn.
Verse 41
(Hen te verdelgen en) een beter volk voor hen in de plaats te stellen; en niemand kan het verhinderen, indien het ons behaagt dit te doen.
Verse 42
Daarom, laat hen in ijdele gesprekken waden, en in vermaken genot zoeken, tot zij den dag ontmoeten, waarmede zij bedreigd zijn.
Verse 43
Den dag waarop zij haastig uit hunne graven zullen voortkomen, als scharen, die zich naar hunne vanen spoeden.
Verse 44
Hunne blikken zullen nedergeslagen zijn, en schande zal hen volgen. Dit is de dag, waarmede zij bedreigd zijn geworden.
تقدم القراءة