Vertaling van Soera القيامة in het فلمكني (هولندية) uit Salomo Keyzer - Flemish (Dutch) translation
Verse 1
ﮊﮋﮌﮍ
ﮎ
Waarlijk, ik zweer bij den dag der opstanding;
Verse 2
ﮏﮐﮑﮒ
ﮓ
En ik zweer bij de ziel die zich zelve beschuldigt.
Verse 3
ﮔﮕﮖﮗﮘ
ﮙ
Denkt de mensch, dat wij zijne beenderen niet bij elkander zullen verzamelen?
Verse 4
ﮚﮛﮜﮝﮞﮟ
ﮠ
Ja, wij zijn in staat de kleinste beenderen zijner vingers bijeen te brengen.
Verse 5
ﮡﮢﮣﮤﮥ
ﮦ
Maar de mensch verkiest zondig te zijn (te loochenen) den tijd die vóór hem is.
Verse 6
ﮧﮨﮩﮪ
ﮫ
Hij vraagt: Wanneer zal de dag der opstanding zijn?
Verse 7
ﮬﮭﮮ
ﮯ
Maar als het oog verblind.
Verse 8
ﮰﮱ
ﯓ
Als de maan verduisterd zal wezen.
Verse 9
ﯔﯕﯖ
ﯗ
En de zon en de maan vereenigd zullen zijn.
Verse 10
ﯘﯙﯚﯛﯜ
ﯝ
Op dien dag zal de mensch zeggen: Waar is een toevluchtsoord?
Verse 11
ﯞﯟﯠ
ﯡ
Volstrekt niet. Er zal geene plaats zijn, om er heen te vluchten.
Verse 12
ﯢﯣﯤﯥ
ﯦ
Op dien dag zal de veilige rustplaats met uwen Heer zijn.
Verse 13
ﯧﯨﯩﯪﯫﯬ
ﯭ
Op dien dag zal de mensch vernemen, wat hij het eerste en het laatste heeft gedaan.
Verse 14
ﯮﯯﯰﯱﯲ
ﯳ
Ja, de mensch zal getuigenis tegen zich zelven afleggen.
Verse 15
ﯴﯵﯶ
ﯷ
En hoewel hij zijne verontschuldigingen aanbiedt, zullen zij niet worden aangenomen.
Verse 16
ﯸﯹﯺﯻﯼﯽ
ﯾ
Beweeg uwe tong niet (o Mahomet!) door (de openbaringen te herhalen, u door Gabriël gebracht, alvorens hij die geëindigd zal hebben), opdat gij haar spoedig in het geheugen zoudt prenten.
Verse 17
ﯿﰀﰁﰂ
ﰃ
Want het verzamelen van den Koran in uw geheugen, en u de ware lezing daarvan te leeren, komen ons toe.
Verse 18
ﰄﰅﰆﰇ
ﰈ
Maar als wij u dien door de tong van den engel zullen hebben voorgelezen, volg dan de lezing daarvan.
Verse 19
ﰉﰊﰋﰌ
ﰍ
En daarna belasten wij ons, u dien uit te leggen.
Verse 20
ﭑﭒﭓﭔ
ﭕ
Gij zult volstrekt zoo haastig niet zijn voor de toekomst. Maar gij menschen bemint datgene, wat haastig voorbijgaat (het wereldsche).
Verse 21
ﭖﭗ
ﭘ
En gij verwaarloost het volgende leven.
Verse 22
ﭙﭚﭛ
ﭜ
Op dien dag zullen er aangezichten zijn, die met een levendigen glans zullen schitteren.
Verse 23
ﭝﭞﭟ
ﭠ
En die hunne blikken naar den Heer zullen wenden.
Verse 24
ﭡﭢﭣ
ﭤ
Er zullen dien dag ter nedergeslagen aangezichten wezen.
Verse 25
ﭥﭦﭧﭨﭩ
ﭪ
Zij zullen denken, dat er eene verpletterende ramp over hen zal worden gebracht.
Verse 26
ﭫﭬﭭﭮ
ﭯ
Zekerlijk. Als de ziel van den mensch (in zijn doodstrijd) tot zijne keel zal opstijgen.
Verse 27
ﭰﭱﭲﭳ
ﭴ
Als de omstanders zullen zeggen: Wie brengt een toovermiddel om hem te doen herstellen?
Verse 28
ﭵﭶﭷ
ﭸ
Denkende, dat het oogenblik van zijn vertrek uit deze wereld is gekomen.
Verse 29
ﭹﭺﭻ
ﭼ
En het eene been met het andere been zal worden verbonden.
Verse 30
ﭽﭾﭿﮀ
ﮁ
Op dien dag zal hij tot uwen Heer worden gedreven.
Verse 31
ﮂﮃﮄﮅ
ﮆ
Want hij geloofde niet, noch bad.
Verse 32
ﮇﮈﮉ
ﮊ
Maar hij beschuldigde Gods profeet van bedrog, en wendde zich af, in plaats van hem te gehoorzamen.
Verse 33
ﮋﮌﮍﮎﮏ
ﮐ
Daarop ging hij tot zijn gezin terug, met hoogmoed wandelende.
Verse 34
ﮑﮒﮓ
ﮔ
Daarom, wee over u! het uur nadert.
Verse 35
ﮕﮖﮗﮘ
ﮙ
Het nadert steeds. Wee! en nog eens wee over u; wee!
Verse 36
ﮚﮛﮜﮝﮞ
ﮟ
Denkt de mensch, dat hij geheel vrijgelaten zal worden, (zonder toezicht)?
Verse 37
ﮠﮡﮢﮣﮤﮥ
ﮦ
Was hij niet eerst een droppel zaad, die zich gemakkelijk verliest?
Verse 38
ﮧﮨﮩﮪﮫ
ﮬ
Later was hij een weinig gestold bloed; en God vormde hem in eene juiste evenredigheid.
Verse 39
ﮭﮮﮯﮰﮱ
ﯓ
En maakte twee seksen van hem: den man en de vrouw.
Verse 40
Is hij die dit gedaan heeft, niet in staat de dooden te doen herleven?
تقدم القراءة