ترجمة معاني سورة نوح باللغة فلمكني (هولندية) من كتاب Salomo Keyzer - Flemish (Dutch) translation
ﰡ
آية رقم 1
Waarlijk, wij zonden Noach tot zijn volk, zeggende: Waarschuw uw volk, alvorens hen eene vreeselijke straf overvalt.
آية رقم 2
ﮇﮈﮉﮊﮋﮌ
ﮍ
Noach zeide: O mijn volk! waarlijk, ik ben een openbaar prediker voor u.
آية رقم 3
ﮎﮏﮐﮑﮒ
ﮓ
Daarom, dient den eenigen God, vreest hem en gehoorzaamt mij.
آية رقم 4
Hij zal u een gedeelte uwer zonden vergeven, en zal u uitstel verleenen tot een bepaalden tijd; want als de door God bepaalde tijd komt, zal die niet worden uitgesteld; indien gij lieden van verstand waart, zoudt gij dit weten.
آية رقم 5
Hij zeide: O Heer! waarlijk, ik heb mijn volk nacht en dag geroepen;
آية رقم 6
ﮱﯓﯔﯕﯖ
ﯗ
Maar mijne stem heeft hunnen tegenzin slechts vermeerderd.
آية رقم 7
En wanneer ik hen tot het ware geloof riep, opdat gij hun zoudt vergeven, staken zij hunne vingers in hunne ooren, en bedekten zich met hunne kleederen; zij volhardden in hunne ongeloovigheid, en versmaadden mijn raad hoovaardig.
آية رقم 8
ﯧﯨﯩﯪ
ﯫ
Daarop heb ik hen in het openbaar uitgenoodigd,
آية رقم 9
En ik sprak tot hen in het openbaar. Ik vermaande hen ook in het geheim.
آية رقم 10
ﯴﯵﯶﯷﯸﯹ
ﯺ
En ik zeide: vraagt vergiffenis van uwen Heer; want hij is vergevensgezind.
آية رقم 11
ﭑﭒﭓﭔ
ﭕ
Hij zal rijkelijk regen van den hemel op u doen nederstroomen.
آية رقم 12
Hij zal u vermeerdering van welvaart en van kinderen schenken, en hij zal u tuinen geven en u met rivieren voorzien.
آية رقم 13
ﭠﭡﭢﭣﭤﭥ
ﭦ
Wat scheelt u, dat gij niet op Gods goedheid vertrouwt?
آية رقم 14
ﭧﭨﭩ
ﭪ
Hij heeft u toch in verschillende vormen geschapen.
آية رقم 15
Ziet gij niet, hoe God de zeven hemelen boven elkander heeft geschapen?
آية رقم 16
En hoe hij de maan ter verlichting daarin heeft geplaatst, en dat hij de zon als tot een fakkel heeft bestemd.
آية رقم 17
ﭼﭽﭾﭿﮀ
ﮁ
God heeft ook u voortgebracht, en u uit de aarde doen voortspruiten.
آية رقم 18
ﮂﮃﮄﮅﮆ
ﮇ
Hierna zal hij u weder daarin doen terugkeeren, en hij zal u daaruit weder wegnemen, door u uit uwe graven te doen verrijzen.
آية رقم 19
ﮈﮉﮊﮋﮌ
ﮍ
God heeft de aarde als een voetkleed voor u uitgespreid.
آية رقم 20
ﮎﮏﮐﮑ
ﮒ
Opdat gij langs ruime paden daar zoudt mogen wandelen.
آية رقم 21
Noach zeide: Heer! waarlijk, zij zijn mij ongehoorzaam, en zij volgen hen, wier rijkdommen en kinderen hun verderf slechts vermeerderen.
آية رقم 22
ﮡﮢﮣ
ﮤ
Zij smeedden eene gevaarlijke samenspanning tegen Noach.
آية رقم 23
Hun opperhoofd zeide tot de anderen: Gij zult uwe goden volstrekt niet verlaten, en gij zult Wedd noch Sowa verzaken, Noch Jaghoeth en Yaoek en Nesr.
آية رقم 24
En zij verleidden velen (want gij zult slechts de dwaling der zondaren vermeerderen).
آية رقم 25
Zij werden verdronken om hunne zonden, en in het hellevuur geworpen. Zij vonden niemand die hen tegen God ondersteunde.
آية رقم 26
En Noach zeide: Heer, laat geen gezin der ongeloovigen op de aarde.
آية رقم 27
Want indien gij hen daar laat, zullen zij uwe dienaren verleiden, en slechts eene zondige en ongeloovige nakomelingschap voortbrengen.
آية رقم 28
Heer! vergeef mij en mijnen bloedverwanten, en ieder die mijn huis zal binnen gaan, en die een waar geloovige is, en de ware geloovigen van beiderlei kunne, en geef den onrechtvaardigen niets dan verdelging.
تقدم القراءة