ترجمة معاني سورة الزخرف باللغة فلمكني (هولندية) من كتاب Salomo Keyzer - Flemish (Dutch) translation
ﰡ
آية رقم 1
ﮀ
ﮁ
Ha. Mim.
آية رقم 2
ﮂﮃ
ﮄ
Bij het duidelijke boek,
آية رقم 3
ﮅﮆﮇﮈﮉﮊ
ﮋ
Waarlijk, wij hebben dit als een Arabischen Koran bevolen, opdat gij dien zoudt begrijpen.
آية رقم 4
En het is zekerlijk in het oorspronkelijke boek geschreven, dat door ons bewaard, heerlijk en vol van wijsheid is.
آية رقم 5
Zullen wij dus de vermaning van u afwenden en u daarvan berooven, omdat gij een volk van overtreders zijt?
آية رقم 6
ﮝﮞﮟﮠﮡﮢ
ﮣ
Hoeveel profeten hebben wij tot de vroegere volkeren gezonden?
آية رقم 7
En er kwam geen profeet tot hen, of zij lachten verachtelijk,
آية رقم 8
Daarom vernietigden wij volkeren die machtiger dan deze in sterkte waren, en het voorbeeld der vroegere volkeren is voor hen geplaatst.
آية رقم 9
Indien gij hun vraagt wie de hemelen, en de aarde schiep, zullen zij zekerlijk antwoorden: De machtige, de wijze God schiep die.
آية رقم 10
Wie heeft de aarde als een bed voor u uitgespreid, en heeft daarop paden voor u gemaakt, opdat gij geleid zoudt worden?
آية رقم 11
En wie zendt den regen bij mate neder waardoor wij een dood land verkwikken? (Zoo zult gij uit uwe graven worden opgewekt).
آية رقم 12
En wie heeft al de verschillende dingen geschapen, en u schepen en vee gegeven?
آية رقم 13
Waardoor gij vervoerd wordt, opdat gij stevig op hunne ruggen zoudt zitten, en de gunst van uwen Heer zoudt gedenken, als gij daarop zit, en zeggen zoudt: Geloofd zij hij, die deze schepen en dieren aan onzen dienst heeft onderworpen! want wij zouden die door eigene macht niet hebben kunnen bemeesteren.
آية رقم 14
ﮀﮁﮂﮃ
ﮄ
En tot onzen Heer zullen wij zekerlijk terugkeeren.
آية رقم 15
Toch hebben zij sommige zijner dienaren als zijne kinderen gehouden; waarlijk de mensch is klaarblijkelijk ondankbaar.
آية رقم 16
Heeft God dochters genomen uit de wezens, die hij heeft geschapen, en heeft hij zonen uit u gekozen?
آية رقم 17
Maar als aan een van hen het bericht wordt gebracht der geboorte van een kind dier kunne, welke zij den Barmhartige als hem gelijk toeschrijven, dan wordt zijn aangezicht zwart en hij is met spijt vervuld.
آية رقم 18
Schrijven zij daarom aan God eene vrouwelijke nakomelingschap toe, uit de wezens die onder versierselen worden opgevoed en zonder reden twisten?
آية رقم 19
En maken zij de engelen, die de dienaren des Barmhartigen zijn vrouwelijk? Waren zij bij hunne schepping tegenwoordig? Hunne getuigenis zal nedergeschreven worden, en zij zullen daaromtrent op den dag des oordeels ondervraagd worden.
آية رقم 20
En zij zeggen: Indien het Gode had behaagd, zouden wij hen niet hebben vereerd. Zij hebben geene kennis daarvan, zij spreken slechts eene ijdele leugen uit.
آية رقم 21
Hebben wij hun ooit te voren een boek met openbaringen vóór dit gegeven, en houden zij dat in hunne bewaring?
آية رقم 22
Neen! Maar zij zeggen: Waarlijk, wij bevonden dat onze vaderen dezen godsdienst uitoefenden, en wij richten ons naar hunne voetstappen.
آية رقم 23
Wij zouden geen prediker voor u, naar geene stad, of de bewoners daarvan, die in overvloed leefden, zeiden: Waarlijk, wij bevonden dat onze vaderen eenen godsdienst uitoefenden, en wij traden in hunne voetstappen.
آية رقم 24
En de prediker antwoordde: Wat! niettegenstaande ik u eenen meer waren godsdienst breng, dan die welken gij bevondt dat door uwe vaderen werd gevolgd? En zij hernamen: Waarlijk, wij gelooven datgene niet, wat gij gezonden zijt te prediken.
آية رقم 25
Daarom namen wij wraak op hen; en aanschouw wat het einde was van hen, die onze gezanten van bedrog beschuldigden.
آية رقم 26
Herdenk toen Abraham tot zijn vader en tot zijn volk zeide: Waarlijk ik ben rein van de goden welke gij vereert.
آية رقم 27
ﮋﮌﮍﮎﮏ
ﮐ
Ik aanbid slechts hem die mij heeft geschapen: voor hem zal ik mij op den waren weg richten.
آية رقم 28
En hij (Abraham) beval, dat dit een vaste leer voor zijn nakomelingschap zou wezen, opdat zij van den afgodendienst zouden worden afgewend, naar de vereering van den eenigen, waren God.
آية رقم 29
Waarlijk, ik heb dezen bewoners van Mekka en hunnen vaderen veroorloofd in voorspoed te leven, tot de waarheid tot hen zou komen en een duidelijke gezant.
آية رقم 30
Maar nu de waarheid tot hen is gekomen, zeggen zij: Dit is een goochelstuk, en wij gelooven niet daaraan.
آية رقم 31
En zij zeggen: Indien deze Koran aan sommige voorname menschen van elke der beide steden ware nedergezonden, zouden wij dien hebben ontvangen.
آية رقم 32
Deelen zij dan de genade van uwen Heer uit. Wij verdeelen den noodigen voorraad onder hen, in dit tegenwoordige leven, en wij verheffen sommigen van hen, eenige graden boven de anderen, opdat de een van hen zich door den ander van hen doe dienen, en de genade van uwen Heer is meer waard dan de rijkdommen welke zij bijeenverzamelen.
آية رقم 33
Indien het niet ware, geheel het menschelijk geslacht ongeloovigen te zien worden, waarlijk, dan hadden wij aan hen, die niet in den Barmhartige gelooven, zilveren daken op hunne huizen gegeven, en zilveren trappen, waardoor zij daarin hadden kunnen opklimmen;
آية رقم 34
ﭑﭒﭓﭔﭕ
ﭖ
En zilveren zetels om er op te leunen.
آية رقم 35
En gouden versiersels; want dit alles is de voorraad van dit leven; maar het volgende leven met uwen Heer zal voor degenen wezen, die hem vreezen.
آية رقم 36
Wie van de vermaning van den Barmhartige zal afdwalen, zullen wij aan een duivel vastketenen, en hij zal zijn onafscheidelijke makker wezen.
آية رقم 37
De duivels zullen de menschen van het pad der waarheid afwenden, en zij zullen zich verbeelden, op den waren weg te zijn geleid.
آية رقم 38
Totdat, wanneer de mensch op den jongsten dag voor ons zal verschijnen, hij tot den duivel zal zeggen: Had God gegeven, dat er tusschen ons een afstand ware geweest, als van het Oosten tot het Westen! O welk een vreeselijke makker zijt gij!
آية رقم 39
Maar geene wenschen zullen u op dien dag baten; want gij zult deelgenooten derzelfde straf zijn.
آية رقم 40
Kunt gij, o profeet! den doove hoorend maken, of den blinde richten, en hem, die in eene duidelijke dwaling verkeert?
آية رقم 41
ﮜﮝﮞﮟﮠﮡ
ﮢ
Hetzij wij u uit hun midden wegnemen, wij zullen zekerlijk wraak op hen nemen.
آية رقم 42
Of hetzij wij u de uitvoering der straf doen zien, waarmede wij hen hebben bedreigd, wij zullen zekerlijk de overmacht over hen hebben.
آية رقم 43
Houdt dus de leer vast, die u werd geopenbaard; want gij bewandelt den waren weg.
آية رقم 44
Zij is een gedenkteeken voor u en uw volk, en hierna zult gij ondervraagd worden, nopens de inachtneming daarvan.
آية رقم 45
Ondervraag onze gezanten, welke wij vóór u hebben gezonden, of wij godheden, buiten den Barmhartige, ter vereering hebben aangewezen.
آية رقم 46
Wij zonden vroeger Mozes met zijn teekenen tot Pharao en diens vorsten, en hij zeide: Waarlijk, ik ben de gezant van den Heer van alle schepselen.
آية رقم 47
En toen hij met onze teekenen tot hen kwam, ziet, toen lachten zij verachtelijk om hem.
آية رقم 48
Wij toonden hun echter teekenen waarvan het eene grooter dan het andere was, en wij legden hun eene straf op, opdat zij wellicht zouden worden bekeerd.
آية رقم 49
En zij zeiden tot Mozes: O toovenaar! bid uwen Heer voor ons, overeenkomstig het verbond, dat hij met u heeft gesloten; want wij zullen zekerlijk goed geleid worden.
آية رقم 50
Maar toen wij de plaag van hen afnamen, ziet, toen braken zij hunne belofte.
آية رقم 51
En Pharao richtte eene bekendmaking tot zijn volk, zeggende: O mijn volk! is het koninkrijk Egypte niet mijn, en deze rivieren, die onder mij stroomen? Ziet gij niet?
آية رقم 52
Ben ik niet beter dan deze Mozes, die een verachtelijk persoon is, En zich slechts zelden verstaanbaar kan uitdrukken.
آية رقم 53
Zijn hem dan gouden armbanden gegeven, of volgen de engelen hem in geregelden optocht?
آية رقم 54
En Pharao haalde zijn volk tot een lichtvaardig gedrag over, en het gehoorzaamde hem; want zij waren zondaren.
آية رقم 55
ﮨﮩﮪﮫﮬﮭ
ﮮ
En toen zij onze woede hadden uitgelokt, namen wij wraak op hen
آية رقم 56
ﮯﮰﮱﯓ
ﯔ
En wij verdronken hen allen. Wij maakten hen tot een voorbeeld, en eene waarschuwing voor anderen.
آية رقم 57
Toen de zoon van Maria als een voorbeeld werd gesteld, ziet, toen schreeuwde uw volk het, door overmaat van vreugde, uit.
آية رقم 58
Zij zeiden: Zijn onze goden beter dan hij, of is Maria's zoon beter dan onze goden? Zij hebben u deze vraag slechts voorgesteld, als eene aanleiding tot twist. Ja, zij zijn twistgierige menschen.
آية رقم 59
Jezus is slechts een dienaar (een mensch), dien wij met onze gunsten overlaadden, en wij wezen hem als een voorbeeld voor de kinderen Israëls aan,
آية رقم 60
(Indien het ons behaagde, ja, waarlijk, dan konden wij uit u zelven engelen voortbrengen, om u op de aarde op te volgen).
آية رقم 61
En hij zal een teeken zijn van de nadering van het jongste uur; twijfelt er dus niet aan; volgt mij; dit is de ware weg.
آية رقم 62
Laat Satan er u niet van afwenden; want hij is uw openlijke vijand.
آية رقم 63
En toen Jezus met duidelijke wonderen kwam, zeide hij: Thans ben ik met wijsheid tot u gekomen, en om u een deel te verklaren van de dingen, nopens welke gij verschilt. Vreest dus God en gehoorzaamt mij.
آية رقم 64
Waarlijk God is mijn Heer, en uw Heer; vereert hem dus; dit is de ware weg.
آية رقم 65
En de verschillende partijen onder hen geraakten in twist met elkander. Maar wee over hen, die onrechtvaardig hebben gehandeld, om de straf van een droevigen dag.
آية رقم 66
Verwachten de ongeloovigen iets anders dan het uur des oordeels; dat het plotseling tot hen moge komen, terwijl zij het niet voorzien?
آية رقم 67
De vertrouwdste vrienden zullen op dien dag elkanders vijanden zijn, behalve de godvruchtigen.
آية رقم 68
O mijne dienaren! er zal op dien dag geene vrees tot u komen, en gij zult niet bedroefd worden.
آية رقم 69
ﮭﮮﮯﮰﮱ
ﯓ
Wie in onze teekenen hebben geloofd en aan mijn wil onderworpen (Moslems) zijn geweest, tot hen zal men zeggen:
آية رقم 70
ﯔﯕﯖﯗﯘ
ﯙ
Treedt gij het paradijs binnen, gij en uwe vrouwen, met groote vreugde.
آية رقم 71
Gouden schotels zullen onder hen worden rondgedragen en bekers, en daaruit zullen zij genieten, wat hunne zielen zullen begeeren, en waarin hunne oogen vermaak zullen scheppen, en eeuwig zult gij daarin verblijven.
آية رقم 72
Dit is het paradijs, dat gij geërfd hebt, als eene belooning voor hetgeen gij hebt verricht.
آية رقم 73
ﯴﯵﯶﯷﯸﯹ
ﯺ
Gij hebt daar vruchten in overvloed, voedt u daarmede.
آية رقم 74
ﭑﭒﭓﭔﭕﭖ
ﭗ
Maar de zondaren zullen voor eeuwig in de marteling der hel verblijven.
آية رقم 75
ﭘﭙﭚﭛﭜﭝ
ﭞ
Zij zal voor hen niet verlicht worden, en zij zullen daarin vertwijfelen.
آية رقم 76
ﭟﭠﭡﭢﭣﭤ
ﭥ
Wij handelden niet onrechtvaardig met hunne eigene zielen, maar zij zelven.
آية رقم 77
Zij zullen luid roepen, zeggende: O Malek! treedt voor ons tusschen beiden, opdat uw Heer onze marteling door vernietiging doe eindigen. Hij zal antwoorden: Waarlijk, gij zult voor eeuwig hierin verblijven.
آية رقم 78
Wij brachten u vroeger de waarheid, maar het meerendeel uwer hadden er afschuw van.
آية رقم 79
ﭸﭹﭺﭻﭼ
ﭽ
Hebben de ongeloovigen een stelsel opgemaakt, om onzen profeet te verschalken?
آية رقم 80
Verbeelden zij zich, dat wij hunne geheimen en hunne gesprekken niet hooren? Ja, en onze gezanten, die hen volgen, schrijven die neder.
آية رقم 81
Zeg: Indien de Barmhartige een zoon had, zou ik de eerste zijn, die hem vereerde.
آية رقم 82
Verre zij het van den Heer van hemel en aarde, den Heer des troons, datgene wat zij van hem betuigen!
آية رقم 83
Laat hen dus door ijdelheid waden, en zich vermaken, tot zij aan hunnen dag komen, waarmede zij werden bedreigd.
آية رقم 84
Hij, die de God in den hemel is, is ook God op aarde, en hij is de Wijze, de Alwetende.
آية رقم 85
Gezegend zij hij, wien het koninkrijk van hemel en aarde behoort en alles wat daartusschen is, met wien de kennis van het laatste uur is, en voor wien gij zult worden verzameld.
آية رقم 86
Degenen, welke zij nevens God aanroepen, hebben het voorrecht niet, anderen tot voorspraak te strekken, behalve zij, die getuigenis der waarheid afleggen en haar kennen.
آية رقم 87
Indien gij hun vraagt, wie hen heeft geschapen, zullen zij zekerlijk antwoorden: God. Waarom zijn zij dus tot de vereering van anderen afgewend?
آية رقم 88
God hoorde ook, toen de profeet zeide: O Heer! waarlijk, deze zijn ongeloovigen, en hij antwoordde:
آية رقم 89
Wend dus van hen af en zeg: Vrede!--Hierna zullen zij hunne dwaling kennen.
تقدم القراءة