ترجمة معاني سورة الصافات باللغة فلمكني (هولندية) من كتاب Salomo Keyzer - Flemish (Dutch) translation
ﰡ
آية رقم 1
ﭑﭒ
ﭓ
Ik zweer bij de engelen, die zich in orde scharen.
آية رقم 2
ﭔﭕ
ﭖ
En bij hen die de wolken voortdrijven en verspreiden.
آية رقم 3
ﭗﭘ
ﭙ
En bij hen, die den Koran lezen als eene vermaning,
آية رقم 4
ﭚﭛﭜ
ﭝ
Waarlijk, uw Heer is eenig.
آية رقم 5
De Heer van hemel en aarde en van alles wat daartusschen is, en de Heer van het Oosten.
آية رقم 6
ﭦﭧﭨﭩﭪﭫ
ﭬ
Wij hebben den ondersten hemel met het versiersel der sterrren getooid.
آية رقم 7
ﭭﭮﭯﭰﭱ
ﭲ
En wij hebben daarin een wachter tegen iederen weerspannigen duivel geplaatst.
آية رقم 8
Opdat zij niet luisteren naar het gesprek der verheven vorsten (want zij worden van alle zijden bestormd),
آية رقم 9
ﭽﭾﭿﮀﮁ
ﮂ
En eene zware marteling is voor hen gereed gemaakt.
آية رقم 10
Behalve hij, die een woord steelsgewijze opvangt, en door eene vlammende schicht wordt getroffen.
آية رقم 11
Vraag daarom den bewoners van Mekka, of zij van nature sterker zijn dan de engelen welke wij hebben geschapen? Waarlijk wij hebben hen van harde klei geschapen.
آية رقم 12
ﮙﮚﮛ
ﮜ
Gij verbaast u over Gods macht en hunne weêrspannigheid; maar zij spotten over de bewijsmiddelen, welke aangevoerd worden om hen te overtuigen.
آية رقم 13
ﮝﮞﮟﮠ
ﮡ
Als zij gewaarschuwd worden, nemen zij geene waarschuwing aan.
آية رقم 14
ﮢﮣﮤﮥ
ﮦ
En als zij iets zien, spotten zij er mede.
آية رقم 15
ﮧﮨﮩﮪﮫﮬ
ﮭ
En zeggen: Dit is niet anders dan duidelijke tooverij.
آية رقم 16
Nadat wij dood zullen wezen en tot stof en beenderen zijn geworden, zullen wij dan werkelijk tot het leven worden opgewekt.
آية رقم 17
ﯗﯘ
ﯙ
En onze voorvaderen ook?
آية رقم 18
ﯚﯛﯜﯝ
ﯞ
Antwoord: Ja! en dan zult gij veracht wezen.
آية رقم 19
Er zal slechts eenmaal op de trompet worden geblazen, en zij zullen rond zien.
آية رقم 20
ﯧﯨﯩﯪﯫ
ﯬ
En zullen zeggen: Wee over ons! Dit is de dag des oordeels.
آية رقم 21
Dit is de dag der onderscheiding tusschen de rechtvaardigen en de zondaren, dien gij als eene leugen verwerpt.
آية رقم 22
Verzamel degenen, die onrechtvaardig hebben gehandeld en hunne makkers, en de afgoden welke zij aanbaden.
آية رقم 23
Naast God, en leidt hen op den weg der hel.
آية رقم 24
ﰆﰇﰈﰉ
ﰊ
En plaats hen voor Gods vierschaar; want zij zullen geroepen worden om rekenschap af te leggen.
آية رقم 25
ﭑﭒﭓﭔ
ﭕ
Wat deert u, dat gij elkander niet verdedigt?
آية رقم 26
ﭖﭗﭘﭙ
ﭚ
Maar op dien dag zullen zij zich aan Gods oordeel onderwerpen.
آية رقم 27
ﭛﭜﭝﭞﭟ
ﭠ
En zij zullen elkander naderen en onder elkander twisten.
آية رقم 28
ﭡﭢﭣﭤﭥﭦ
ﭧ
En de verleiden zullen zeggen tot hen die hen hebben verleid: Waarlijk, gij kwaamt tot ons met voorspellingen van voorspoed.
آية رقم 29
ﭨﭩﭪﭫﭬ
ﭭ
En de verleiders zullen antwoorden: Neen! gij waart veeleer geene ware geloovigen;
آية رقم 30
Want wij hadden geene macht over u, om u te dwingen, maar gij hebt vrijwillig gezondigd.
آية رقم 31
Daarom werd het vonnis van onzen Heer rechtvaardig over ons uitgesproken, en wij zullen zekerlijk zijne wraak proeven.
آية رقم 32
ﮂﮃﮄﮅ
ﮆ
Wij verleidden u, maar wij dwaalden ook zelven.
آية رقم 33
ﮇﮈﮉﮊﮋ
ﮌ
Zij zullen op dezen dag dus beiden deelgenooten van dezelfde straf zijn.
آية رقم 34
ﮍﮎﮏﮐ
ﮑ
Zoo zullen wij met de zondaren handelen;
آية رقم 35
Want toen er tot hen werd gezegd: Er is geen god buiten den waren God, bliezen zij zich op met hoogmoed.
آية رقم 36
ﮝﮞﮟﮠﮡﮢ
ﮣ
En zeiden: zullen wij onze goden voor een bezeten dichter verlaten?
آية رقم 37
ﮤﮥﮦﮧﮨ
ﮩ
Neen! hij komt met de waarheid en legt getuigenis af voor de vroegere gezanten.
آية رقم 38
ﮪﮫﮬﮭ
ﮮ
Gij zult zekerlijk de pijnlijke martelingen der hel proeven.
آية رقم 39
ﮯﮰﮱﯓﯔﯕ
ﯖ
En gij zult niet vergolden worden, dan overeenkomstig uwe werken.
آية رقم 40
ﯗﯘﯙﯚ
ﯛ
Maar wat de oprechte dienaren Gods betreft.
آية رقم 41
ﯜﯝﯞﯟ
ﯠ
Zij zullen een zekeren voorraad in het paradijs hebben:
آية رقم 42
ﯡﯢﯣ
ﯤ
Namelijk heerlijke vruchten, en zij zullen geëerd worden.
آية رقم 43
ﯥﯦﯧ
ﯨ
Zij zullen in tuinen des vermaaks geplaatst worden.
آية رقم 44
ﯩﯪﯫ
ﯬ
Leunende in tegenover elkander geplaatste zetels.
آية رقم 45
ﯭﯮﯯﯰﯱ
ﯲ
Een beker zal onder hen worden rondgereikt, gevuld aan eene heldere fontein;
آية رقم 46
ﯳﯴﯵ
ﯶ
Een heerlijkheid voor hen, die er van zullen drinken.
آية رقم 47
Het zal het verstand niet benevelen, en zij zullen er niet door bedwelmd worden.
آية رقم 48
ﯿﰀﰁﰂ
ﰃ
En nabij hen zullen de maagden van het paradijs liggen, hare blikken, behalve van hunne bruidegommen, van ieder een afwendende, hebbende groote, zwarte oogen,
آية رقم 49
ﰄﰅﰆ
ﰇ
En gelijkende op de eieren van een struisvogel, zorgvol met vederen bedekt.
آية رقم 50
ﰈﰉﰊﰋﰌ
ﰍ
En zij zullen zich tot elkander wenden, en elkander vragen doen.
آية رقم 51
En een van hen zal zeggen: Waarlijk, ik had een vertrouwden vriend, terwijl ik op de wereld leefde.
آية رقم 52
ﭑﭒﭓﭔ
ﭕ
Die tot mij zeide: Zijt gij een van hen, die de waarheid der opstanding betuigen?
آية رقم 53
Nadat wij dood zullen zijn, en tot stof en beenderen veranderd wezen, zullen wij dan zekerlijk worden geoordeeld?
آية رقم 54
ﭞﭟﭠﭡ
ﭢ
Dan zal hij tot zijne makkers zeggen: Wilt gij nederzien?
آية رقم 55
ﭣﭤﭥﭦﭧ
ﭨ
En zij zullen nederzien en hem in het midden der hel ontwaren.
آية رقم 56
ﭩﭪﭫﭬﭭ
ﭮ
En hij zal tot hem zeggen: Bij God! er ontbrak weinig aan, of gij hadt mij verdorven.
آية رقم 57
ﭯﭰﭱﭲﭳﭴ
ﭵ
En was het niet door de genade van mijnen Heer, dan ware ik zeker aan eene eeuwige marteling overgeleverd geworden.
آية رقم 58
ﭶﭷﭸ
ﭹ
Zullen wij een anderen dan onzen eersten dood sterven?
آية رقم 59
ﭺﭻﭼﭽﭾﭿ
ﮀ
Of ondergaan wij eenige straf?
آية رقم 60
ﮁﮂﮃﮄﮅ
ﮆ
Waarlijk, wij genieten eene groote gelukzaligheid.
آية رقم 61
ﮇﮈﮉﮊ
ﮋ
Laten de arbeiders arbeiden om eene gelukzaligheid gelijk deze te verwerven.
آية رقم 62
ﮌﮍﮎﮏﮐﮑ
ﮒ
Is dit een beter onthaal, of de boom van al Zakkum?
آية رقم 63
ﮓﮔﮕﮖ
ﮗ
Waarlijk, wij hebben dien aangeduid als eene aanleiding tot twist onder de onrechtvaardigen
آية رقم 64
ﮘﮙﮚﮛﮜﮝ
ﮞ
Het is een boom die aan den bodem der hel ontspruit.
آية رقم 65
ﮟﮠﮡﮢ
ﮣ
De vrucht daarvan gelijkt op de hoofden van duivelen.
آية رقم 66
ﮤﮥﮦﮧﮨﮩ
ﮪ
De verdoemden zullen daarvan eten, en hunne buiken daarmede vullen.
آية رقم 67
Vervolgens zal hun een mengsel van vuil en kokend water te drinken worden gegeven.
آية رقم 68
ﯔﯕﯖﯗﯘ
ﯙ
Daarna zullen zij in de hel terugkeeren.
آية رقم 69
ﯚﯛﯜﯝ
ﯞ
Zij bevonden dat hunne vaderen dwalende waren.
آية رقم 70
ﯟﯠﯡﯢ
ﯣ
En zij traden haastig in hunne voetstappen;
آية رقم 71
ﯤﯥﯦﯧﯨ
ﯩ
Want het meerendeel der oude volken dwaalden vóór hen.
آية رقم 72
ﯪﯫﯬﯭ
ﯮ
Wij zonden vroeger waarschuwers tot hen;
آية رقم 73
ﯯﯰﯱﯲﯳ
ﯴ
Maar zie hoe ellendig het einde was van degenen, die gewaarschuwd werden.
آية رقم 74
ﯵﯶﯷﯸ
ﯹ
En die niet onze oprechte dienaren waren.
آية رقم 75
ﯺﯻﯼﯽﯾ
ﯿ
Noach riep ons in vroegere dagen aan, en wij verhoorden hem genadiglijk.
آية رقم 76
ﰀﰁﰂﰃﰄ
ﰅ
En wij bevrijdden hem en zijn gezin uit de groote ellende.
آية رقم 77
ﭑﭒﭓﭔ
ﭕ
Wij deden zijne nakomelingschap den zondvloed overleven, om de aarde te bevolken.
آية رقم 78
ﭖﭗﭘﭙ
ﭚ
En wij lieten hem de volgende begroeting door de verste nakomelingschap geven:
آية رقم 79
ﭛﭜﭝﭞﭟ
ﭠ
Vrede zij op Noach onder alle schepselen!
آية رقم 80
ﭡﭢﭣﭤ
ﭥ
Zoo beloonen wij de rechtvaardigen.
آية رقم 81
ﭦﭧﭨﭩ
ﭪ
Want hij was een van onze dienaren, de ware geloovigen.
آية رقم 82
ﭫﭬﭭ
ﭮ
Daarna verdronken wij de anderen.
آية رقم 83
ﭯﭰﭱﭲﭳ
ﭴ
Abraham was mede van zijnen godsdienst;
آية رقم 84
ﭵﭶﭷﭸﭹ
ﭺ
Toen hij met een volkomen hart tot zijn Heer kwam.
آية رقم 85
ﭻﭼﭽﭾﭿﮀ
ﮁ
Toen hij tot zijn vader en zijn volk zeide: Wat vreest gij?
آية رقم 86
ﮂﮃﮄﮅﮆ
ﮇ
Kiest gij bij voorkeur valsche goden boven den waren God?
آية رقم 87
ﮈﮉﮊﮋ
ﮌ
Wat is dus uwe meening opzichtens den Heer aller schepselen?
آية رقم 88
ﮍﮎﮏﮐ
ﮑ
En hij beschouwde de sterren.
آية رقم 89
ﮒﮓﮔ
ﮕ
En zeide: Waarlijk, ik zal ziek wezen en niet bij uwe offeringen tegenwoordig zijn.
آية رقم 90
ﮖﮗﮘ
ﮙ
En zij keerden zich af en verlieten hem.
آية رقم 91
ﮚﮛﮜﮝﮞﮟ
ﮠ
En Abraham wendde zich in het geheim tot hunne goden, en zeide spottende tot hen: Eet gij niet van het vleesch dat u is voorgezet?
آية رقم 92
ﮡﮢﮣﮤ
ﮥ
Wat deert u, dat gij niet spreekt?
آية رقم 93
ﮦﮧﮨﮩ
ﮪ
En hij keerde zich tot hen, en sloeg hen met zijne rechterhand en vernietigde hen.
آية رقم 94
ﮫﮬﮭ
ﮮ
En zijn volk kwam haastig tot hem.
آية رقم 95
ﮯﮰﮱﯓ
ﯔ
Hij zeide: Aanbidt gij de beelden die gij zelven snijdt?
آية رقم 96
ﯕﯖﯗﯘ
ﯙ
Terwijl God u heeft geschapen en ook datgene wat gij maakt.
آية رقم 97
Zij zeiden: Richt een brandstapel voor hem op en werp hem in het gloeiende vuur.
آية رقم 98
ﯢﯣﯤﯥﯦ
ﯧ
En zij smeedden eene list tegen hem. Maar wij deden hem het onderspit delven en bevrijdden hem.
آية رقم 99
ﯨﯩﯪﯫﯬﯭ
ﯮ
En Abraham zeide: Waarlijk, ik ga tot mijnen Heer, die mij zal richten.
آية رقم 100
ﯯﯰﯱﯲﯳ
ﯴ
O Heer! geef mij eene rechtvaardige nakomelingschap.
آية رقم 101
ﯵﯶﯷ
ﯸ
Daarom maakten wij hem bekend, dat hij een zoon zou bekomen, die een zachten aard zou hebben.
آية رقم 102
En toen hij den ouderdom der jongelingschap had bereikt, en zich met hem in de verrichtingen van den godsdienst kon vereenigen. Zeide Abraham tot hem: O mijn zoon! waarlijk, ik zag in een droom, dat ik u als eene offerande zoude aanbieden. Overweeg dus wat gij meent, dat ik zal doen. Hij antwoordde: O mijn vader! doe wat u bevolen werd; indien het Gode behaagt, zult gij bevinden dat ik het lijdzaam zal ondergaan.
آية رقم 103
ﭑﭒﭓﭔ
ﭕ
En toen zij beiden zich aan den goddelijken wil hadden onderworpen, en Abraham zijn zoon voorover op het aangezicht had gelegd.
آية رقم 104
ﭖﭗﭘ
ﭙ
Riepen wij hem toe: O Abraham!
آية رقم 105
Gij hebt aan uw visioen geloofd. Zoo beloonen wij den rechtvaardige.
آية رقم 106
ﭣﭤﭥﭦﭧ
ﭨ
Waarlijk, dit was eene duidelijke proef.
آية رقم 107
ﭩﭪﭫ
ﭬ
En wij losten zijn zoon met een edel slachtoffer uit.
آية رقم 108
ﭭﭮﭯﭰ
ﭱ
En wij lieten hem de volgende groete door de verste nakomelingschap bewaren;
آية رقم 109
ﭲﭳﭴ
ﭵ
Namelijk: Vrede zij op Abraham!
آية رقم 110
ﭶﭷﭸ
ﭹ
Zoo beloonen wij den rechtvaardige;
آية رقم 111
ﭺﭻﭼﭽ
ﭾ
Want hij was een onzer geloovige dienaren.
آية رقم 112
ﭿﮀﮁﮂﮃ
ﮄ
Wij verblijdden hem met de belofte van Izaäk, een rechtvaardigen profeet.
آية رقم 113
En wij zegenden hem en Izaäk; en onder hunne nakomelingschap waren eenige rechtvaardigen, en anderen, die klaarblijkelijk hunne eigene zielen nadeel toebrachten.
آية رقم 114
ﮑﮒﮓﮔﮕ
ﮖ
Wij waren ook vroeger genadig omtrent Mozes en Aäron.
آية رقم 115
ﮗﮘﮙﮚﮛ
ﮜ
En wij bevrijdden hen en hun volk van eene groote ellende.
آية رقم 116
ﮝﮞﮟﮠ
ﮡ
Wij ondersteunden hen tegen de Egyptenaren, en zij werden overwinnaars.
آية رقم 117
ﮢﮣﮤ
ﮥ
Wij gaven hun het duidelijke boek der wet.
آية رقم 118
ﮦﮧﮨ
ﮩ
Wij leidden hen op den rechten weg.
آية رقم 119
ﮪﮫﮬﮭ
ﮮ
En wij lieten de volgende groete door de verste nakomelingschap voor hen bewaren;
آية رقم 120
ﮯﮰﮱﯓ
ﯔ
Namelijk: Vrede zij op Mozes en Aäron!
آية رقم 121
ﯕﯖﯗﯘ
ﯙ
Zoo beloonen wij de rechtvaardigen.
آية رقم 122
ﯚﯛﯜﯝ
ﯞ
Want zij waren twee onzer geloovige dienaren.
آية رقم 123
ﯟﯠﯡﯢ
ﯣ
En Elias was mede een dergenen, die door ons werden gezonden.
آية رقم 124
ﯤﯥﯦﯧﯨ
ﯩ
Toen hij tot zijn volk zeide: Vreest gij God niet?
آية رقم 125
ﯪﯫﯬﯭﯮ
ﯯ
Roept gij Baal aan, en verzaakt gij den uitmuntendsten schepper?
آية رقم 126
ﯰﯱﯲﯳﯴ
ﯵ
God is uw Heer en de Heer uwer voorvaderen.
آية رقم 127
ﭑﭒﭓ
ﭔ
Maar zij beschuldigden hem van bedrog.
آية رقم 128
ﭕﭖﭗﭘ
ﭙ
Weshalve zij aan de eeuwige straf zullen worden overgeleverd, behalve de oprechte dienaren Gods
آية رقم 129
ﭚﭛﭜﭝ
ﭞ
En wij lieten de volgende groete door de verste nakomelingschap voor hem bewaren.
آية رقم 130
ﭟﭠﭡﭢ
ﭣ
Namelijk: Vrede zij op Ilyasin!
آية رقم 131
ﭤﭥﭦﭧ
ﭨ
Zoo beloonen wij den rechtvaardige.
آية رقم 132
ﭩﭪﭫﭬ
ﭭ
Want hij was een onzer geloovige dienaren.
آية رقم 133
ﭮﭯﭰﭱ
ﭲ
En Lot was mede een dergenen, die door ons werden gezonden.
آية رقم 134
ﭳﭴﭵﭶ
ﭷ
Toen wij hem en zijn geheel gezin bevrijden.
آية رقم 135
ﭸﭹﭺﭻ
ﭼ
Behalve eene oude vrouw, zijne huisvrouw, die omkwam met hen die achterbleven.
آية رقم 136
ﭽﭾﭿ
ﮀ
Daarna verdelgden wij de anderen.
آية رقم 137
ﮁﮂﮃﮄ
ﮅ
En gij, o bewoners van Mekka! komt de plaatsen voorbij waar zij eens hebben gewoond, als gij des ochtends reist.
آية رقم 138
ﮆﮇﮈﮉ
ﮊ
En des nachts. Zult gij dan niet begrijpen?
آية رقم 139
ﮋﮌﮍﮎ
ﮏ
Jonas was mede een dergenen die door ons werden gezonden.
آية رقم 140
ﮐﮑﮒﮓﮔ
ﮕ
Toen hij in een geladen schip vluchtte.
آية رقم 141
ﮖﮗﮘﮙ
ﮚ
En zij die aan boord waren, lootten onder elkander en hij werd veroordeeld.
آية رقم 142
ﮛﮜﮝﮞ
ﮟ
En de visch verzwolg hem; want hij had eene bestraffing verdiend.
آية رقم 143
ﮠﮡﮢﮣﮤ
ﮥ
En indien hij niet eene ware geweest van hen die God loven.
آية رقم 144
ﮦﮧﮨﮩﮪﮫ
ﮬ
Waarlijk, dan ware hij, tot den dag der opstanding, in den buik van den visch gebleven.
آية رقم 145
ﮭﮮﮯﮰﮱ
ﯓ
En wij wierpen hem op het naakte strand, en hij was ziek.
آية رقم 146
ﯔﯕﯖﯗﯘ
ﯙ
Wij deden een pompoenplant over hem heen groeien.
آية رقم 147
ﯚﯛﯜﯝﯞﯟ
ﯠ
Wij zonden hem daarna tot een volk van honderdduizend zielen of meer.
آية رقم 148
ﯡﯢﯣﯤ
ﯥ
En zij geloofden: daarom lieten wij hun dit leven nog voor eenigen tijd genieten.
آية رقم 149
ﯦﯧﯨﯩﯪ
ﯫ
Vraag aan de bewoners van Mekka of uw Heer dochters heeft gelijk zij zonen hebben?
آية رقم 150
ﯬﯭﯮﯯﯰﯱ
ﯲ
Hebben wij ook de engelen van het vrouwelijke geslacht geschapen, en waren zij er getuigen van?
آية رقم 151
ﯳﯴﯵﯶﯷ
ﯸ
Zeggen zij niet, volgens hunne eigene, valsche uitvinding:
آية رقم 152
ﯹﯺﯻﯼ
ﯽ
God heeft eene nakomelingschap gebaard? en zij zijn niet werkelijk leugenaars?
آية رقم 153
ﯾﯿﰀﰁ
ﰂ
Heeft hij bij voorkeur dochters boven zonen verkozen?
آية رقم 154
ﭑﭒﭓﭔ
ﭕ
Gij hebt geene reden aldus te oordeelen.
آية رقم 155
ﭖﭗ
ﭘ
Wilt gij dus niet vermaand wezen?
آية رقم 156
ﭙﭚﭛﭜ
ﭝ
Of hebt gij een duidelijk bewijs voor hetgeen gij zegt?
آية رقم 157
ﭞﭟﭠﭡﭢ
ﭣ
Brengt thans uw boek der openbaringen voor den dag, indien gij de waarheid spreekt.
آية رقم 158
En zij maken hem tot een verwante der geniussen, terwijl de geniussen weten, dat hij, die zulke dingen verklaart, aan de eeuwige straf zal worden overgeleverd.
آية رقم 159
ﭰﭱﭲﭳ
ﭴ
(God is verheven, boven datgene wat zij nopens hem verklaren):
آية رقم 160
ﭵﭶﭷﭸ
ﭹ
Maar niet Gods oprechte dienaren.
آية رقم 161
ﭺﭻﭼ
ﭽ
Maar gij en de goden, welke gij aanbidt,
آية رقم 162
ﭾﭿﮀﮁ
ﮂ
Zullen niemand nopens God verleiden.
آية رقم 163
ﮃﮄﮅﮆﮇ
ﮈ
Behalve hem die bestemd is om in de hel verbrand te worden.
آية رقم 164
ﮉﮊﮋﮌﮍﮎ
ﮏ
Er is niemand van ons, of hij heeft een bestemde plaats.
آية رقم 165
ﮐﮑﮒ
ﮓ
Wij scharen ons in orde,
آية رقم 166
ﮔﮕﮖ
ﮗ
Gods bevelen afwachtende, en wij verkondigen den goddelijken lof.
آية رقم 167
ﮘﮙﮚ
ﮛ
De ongeloovigen zeiden:
آية رقم 168
ﮜﮝﮞﮟﮠﮡ
ﮢ
Indien wij door een boek met goddelijke openbaringen waren begunstigd geworden, van diegene welke aan de ouden werden geschonken.
آية رقم 169
ﮣﮤﮥﮦ
ﮧ
Zouden wij zeker oprechte dienaren Gods zijn geweest;
آية رقم 170
ﮨﮩﮪﮫﮬ
ﮭ
Maar thans, nu de Koran is geopenbaard, gelooven zij daarin niet; doch hier namaals zullen zij het gevolg van hun ongeloof kennen.
آية رقم 171
ﮮﮯﮰﮱﯓ
ﯔ
Ons woord werd vroeger aan onze dienaren, de gezanten, gegeven.
آية رقم 172
ﯕﯖﯗ
ﯘ
Dat zij zekerlijk tegen de ongeloovigen zouden ondersteund worden,
آية رقم 173
ﯙﯚﯛﯜ
ﯝ
En dat onze legers de overwinning zouden behalen.
آية رقم 174
ﯞﯟﯠﯡ
ﯢ
Wend u dus gedurende eenen tijd van hen af.
آية رقم 175
ﯣﯤﯥ
ﯦ
En zie de rampen die hen zullen bedroeven; want zij zullen uwe toekomstige overwinning en uwen voorspoed zien.
آية رقم 176
ﯧﯨ
ﯩ
Trachten zij daarom onze wraak te verhaasten?
آية رقم 177
ﯪﯫﯬﯭﯮﯯ
ﯰ
Waarlijk, wanneer die in hunne afgesloten hoven zal nederdalen, zal het een slechte ochtend zijn voor hen, die te vergeefs werden gewaarschuwd.
آية رقم 178
ﯱﯲﯳﯴ
ﯵ
Wend u dus voor eenigen tijd van hen af.
آية رقم 179
ﯶﯷﯸ
ﯹ
Hierna zullen zij uwe overwinning en hunne straf ontwaren.
آية رقم 180
ﯺﯻﯼﯽﯾﯿ
ﰀ
Geloofd zij uw Heer, de Heer die verre verheven is boven hetgeen zij van hem verklaren!
آية رقم 181
ﰁﰂﰃ
ﰄ
Vrede zij op zijne gezanten.
آية رقم 182
ﰅﰆﰇﰈ
ﰉ
En geloofd zij God, de Heer van alle schepselen!
تقدم القراءة