ترجمة معاني سورة الصافات باللغة فلمكني (هولندية) من كتاب Salomo Keyzer - Flemish (Dutch) translation

Salomo Keyzer - Flemish (Dutch) translation

آية رقم 1


Ik zweer bij de engelen, die zich in orde scharen.
آية رقم 2

En bij hen die de wolken voortdrijven en verspreiden.
آية رقم 3

En bij hen, die den Koran lezen als eene vermaning,
آية رقم 5

De Heer van hemel en aarde en van alles wat daartusschen is, en de Heer van het Oosten.
آية رقم 7

En wij hebben daarin een wachter tegen iederen weerspannigen duivel geplaatst.
آية رقم 10

Behalve hij, die een woord steelsgewijze opvangt, en door eene vlammende schicht wordt getroffen.

Vraag daarom den bewoners van Mekka, of zij van nature sterker zijn dan de engelen welke wij hebben geschapen? Waarlijk wij hebben hen van harde klei geschapen.
آية رقم 12

Gij verbaast u over Gods macht en hunne weêrspannigheid; maar zij spotten over de bewijsmiddelen, welke aangevoerd worden om hen te overtuigen.
آية رقم 13

Als zij gewaarschuwd worden, nemen zij geene waarschuwing aan.
آية رقم 16

Nadat wij dood zullen wezen en tot stof en beenderen zijn geworden, zullen wij dan werkelijk tot het leven worden opgewekt.
آية رقم 21

Dit is de dag der onderscheiding tusschen de rechtvaardigen en de zondaren, dien gij als eene leugen verwerpt.
آية رقم 22

Verzamel degenen, die onrechtvaardig hebben gehandeld en hunne makkers, en de afgoden welke zij aanbaden.
آية رقم 24

En plaats hen voor Gods vierschaar; want zij zullen geroepen worden om rekenschap af te leggen.
آية رقم 26

Maar op dien dag zullen zij zich aan Gods oordeel onderwerpen.
آية رقم 28

En de verleiden zullen zeggen tot hen die hen hebben verleid: Waarlijk, gij kwaamt tot ons met voorspellingen van voorspoed.
آية رقم 29

En de verleiders zullen antwoorden: Neen! gij waart veeleer geene ware geloovigen;
آية رقم 31

Daarom werd het vonnis van onzen Heer rechtvaardig over ons uitgesproken, en wij zullen zekerlijk zijne wraak proeven.
آية رقم 33

Zij zullen op dezen dag dus beiden deelgenooten van dezelfde straf zijn.
آية رقم 37

Neen! hij komt met de waarheid en legt getuigenis af voor de vroegere gezanten.
آية رقم 38

Gij zult zekerlijk de pijnlijke martelingen der hel proeven.
آية رقم 41

Zij zullen een zekeren voorraad in het paradijs hebben:
آية رقم 42

Namelijk heerlijke vruchten, en zij zullen geëerd worden.
آية رقم 43

Zij zullen in tuinen des vermaaks geplaatst worden.
آية رقم 44

Leunende in tegenover elkander geplaatste zetels.
آية رقم 45

Een beker zal onder hen worden rondgereikt, gevuld aan eene heldere fontein;
آية رقم 46

Een heerlijkheid voor hen, die er van zullen drinken.
آية رقم 48

En nabij hen zullen de maagden van het paradijs liggen, hare blikken, behalve van hunne bruidegommen, van ieder een afwendende, hebbende groote, zwarte oogen,
آية رقم 49

En gelijkende op de eieren van een struisvogel, zorgvol met vederen bedekt.
آية رقم 50

En zij zullen zich tot elkander wenden, en elkander vragen doen.
آية رقم 51

En een van hen zal zeggen: Waarlijk, ik had een vertrouwden vriend, terwijl ik op de wereld leefde.
آية رقم 52

Die tot mij zeide: Zijt gij een van hen, die de waarheid der opstanding betuigen?
آية رقم 53

Nadat wij dood zullen zijn, en tot stof en beenderen veranderd wezen, zullen wij dan zekerlijk worden geoordeeld?
آية رقم 54

Dan zal hij tot zijne makkers zeggen: Wilt gij nederzien?
آية رقم 55

En zij zullen nederzien en hem in het midden der hel ontwaren.
آية رقم 56

En hij zal tot hem zeggen: Bij God! er ontbrak weinig aan, of gij hadt mij verdorven.
آية رقم 57

En was het niet door de genade van mijnen Heer, dan ware ik zeker aan eene eeuwige marteling overgeleverd geworden.
آية رقم 58

Zullen wij een anderen dan onzen eersten dood sterven?
آية رقم 61

Laten de arbeiders arbeiden om eene gelukzaligheid gelijk deze te verwerven.
آية رقم 63

Waarlijk, wij hebben dien aangeduid als eene aanleiding tot twist onder de onrechtvaardigen
آية رقم 65

De vrucht daarvan gelijkt op de hoofden van duivelen.
آية رقم 73

Maar zie hoe ellendig het einde was van degenen, die gewaarschuwd werden.
آية رقم 75

Noach riep ons in vroegere dagen aan, en wij verhoorden hem genadiglijk.
آية رقم 77

Wij deden zijne nakomelingschap den zondvloed overleven, om de aarde te bevolken.
آية رقم 78

En wij lieten hem de volgende begroeting door de verste nakomelingschap geven:
آية رقم 81

Want hij was een van onze dienaren, de ware geloovigen.
آية رقم 87

Wat is dus uwe meening opzichtens den Heer aller schepselen?
آية رقم 89

En zeide: Waarlijk, ik zal ziek wezen en niet bij uwe offeringen tegenwoordig zijn.
آية رقم 90

En zij keerden zich af en verlieten hem.
آية رقم 91

En Abraham wendde zich in het geheim tot hunne goden, en zeide spottende tot hen: Eet gij niet van het vleesch dat u is voorgezet?
آية رقم 93

En hij keerde zich tot hen, en sloeg hen met zijne rechterhand en vernietigde hen.
آية رقم 95

Hij zeide: Aanbidt gij de beelden die gij zelven snijdt?
آية رقم 96

Terwijl God u heeft geschapen en ook datgene wat gij maakt.
آية رقم 98

En zij smeedden eene list tegen hem. Maar wij deden hem het onderspit delven en bevrijdden hem.
آية رقم 101

Daarom maakten wij hem bekend, dat hij een zoon zou bekomen, die een zachten aard zou hebben.

En toen hij den ouderdom der jongelingschap had bereikt, en zich met hem in de verrichtingen van den godsdienst kon vereenigen. Zeide Abraham tot hem: O mijn zoon! waarlijk, ik zag in een droom, dat ik u als eene offerande zoude aanbieden. Overweeg dus wat gij meent, dat ik zal doen. Hij antwoordde: O mijn vader! doe wat u bevolen werd; indien het Gode behaagt, zult gij bevinden dat ik het lijdzaam zal ondergaan.
آية رقم 103

En toen zij beiden zich aan den goddelijken wil hadden onderworpen, en Abraham zijn zoon voorover op het aangezicht had gelegd.
آية رقم 107

En wij losten zijn zoon met een edel slachtoffer uit.
آية رقم 108

En wij lieten hem de volgende groete door de verste nakomelingschap bewaren;
آية رقم 112

Wij verblijdden hem met de belofte van Izaäk, een rechtvaardigen profeet.

En wij zegenden hem en Izaäk; en onder hunne nakomelingschap waren eenige rechtvaardigen, en anderen, die klaarblijkelijk hunne eigene zielen nadeel toebrachten.
آية رقم 116

Wij ondersteunden hen tegen de Egyptenaren, en zij werden overwinnaars.
آية رقم 117

Wij gaven hun het duidelijke boek der wet.
آية رقم 119

En wij lieten de volgende groete door de verste nakomelingschap voor hen bewaren;
آية رقم 123

En Elias was mede een dergenen, die door ons werden gezonden.
آية رقم 125

Roept gij Baal aan, en verzaakt gij den uitmuntendsten schepper?
آية رقم 127

Maar zij beschuldigden hem van bedrog.
آية رقم 128

Weshalve zij aan de eeuwige straf zullen worden overgeleverd, behalve de oprechte dienaren Gods
آية رقم 129

En wij lieten de volgende groete door de verste nakomelingschap voor hem bewaren.
آية رقم 133

En Lot was mede een dergenen, die door ons werden gezonden.
آية رقم 135

Behalve eene oude vrouw, zijne huisvrouw, die omkwam met hen die achterbleven.
آية رقم 137

En gij, o bewoners van Mekka! komt de plaatsen voorbij waar zij eens hebben gewoond, als gij des ochtends reist.
آية رقم 139

Jonas was mede een dergenen die door ons werden gezonden.
آية رقم 141

En zij die aan boord waren, lootten onder elkander en hij werd veroordeeld.
آية رقم 142

En de visch verzwolg hem; want hij had eene bestraffing verdiend.
آية رقم 144

Waarlijk, dan ware hij, tot den dag der opstanding, in den buik van den visch gebleven.
آية رقم 148

En zij geloofden: daarom lieten wij hun dit leven nog voor eenigen tijd genieten.
آية رقم 149

Vraag aan de bewoners van Mekka of uw Heer dochters heeft gelijk zij zonen hebben?
آية رقم 150

Hebben wij ook de engelen van het vrouwelijke geslacht geschapen, en waren zij er getuigen van?
آية رقم 152

God heeft eene nakomelingschap gebaard? en zij zijn niet werkelijk leugenaars?
آية رقم 153

Heeft hij bij voorkeur dochters boven zonen verkozen?
آية رقم 155

Wilt gij dus niet vermaand wezen?
آية رقم 156

Of hebt gij een duidelijk bewijs voor hetgeen gij zegt?
آية رقم 157

Brengt thans uw boek der openbaringen voor den dag, indien gij de waarheid spreekt.

En zij maken hem tot een verwante der geniussen, terwijl de geniussen weten, dat hij, die zulke dingen verklaart, aan de eeuwige straf zal worden overgeleverd.
آية رقم 159

(God is verheven, boven datgene wat zij nopens hem verklaren):
آية رقم 161

Maar gij en de goden, welke gij aanbidt,
آية رقم 166

Gods bevelen afwachtende, en wij verkondigen den goddelijken lof.
آية رقم 168

Indien wij door een boek met goddelijke openbaringen waren begunstigd geworden, van diegene welke aan de ouden werden geschonken.
آية رقم 169

Zouden wij zeker oprechte dienaren Gods zijn geweest;
آية رقم 170

Maar thans, nu de Koran is geopenbaard, gelooven zij daarin niet; doch hier namaals zullen zij het gevolg van hun ongeloof kennen.
آية رقم 171

Ons woord werd vroeger aan onze dienaren, de gezanten, gegeven.
آية رقم 172

Dat zij zekerlijk tegen de ongeloovigen zouden ondersteund worden,
آية رقم 173

En dat onze legers de overwinning zouden behalen.
آية رقم 175

En zie de rampen die hen zullen bedroeven; want zij zullen uwe toekomstige overwinning en uwen voorspoed zien.
آية رقم 176

Trachten zij daarom onze wraak te verhaasten?
آية رقم 177

Waarlijk, wanneer die in hunne afgesloten hoven zal nederdalen, zal het een slechte ochtend zijn voor hen, die te vergeefs werden gewaarschuwd.
آية رقم 179

Hierna zullen zij uwe overwinning en hunne straf ontwaren.
آية رقم 180

Geloofd zij uw Heer, de Heer die verre verheven is boven hetgeen zij van hem verklaren!
تقدم القراءة