ترجمة معاني سورة النبأ باللغة فلمكني (هولندية) من كتاب Salomo Keyzer - Flemish (Dutch) translation

Salomo Keyzer - Flemish (Dutch) translation

آية رقم 1


Nopens wat ondervragen de ongeloovigen elkander?
آية رقم 2

Nopens het groote nieuws der opstanding.
آية رقم 4

Waarlijk, zij zullen hiernamaals de waarheid daarvan kennen.
آية رقم 5

Nogmaals, zij zullen hiernamaals de waarheid daarvan kennen.
آية رقم 7

En de bergen als staken om haar te bevestigen?
آية رقم 8

Hebben wij u niet van twee seksen geschapen.
آية رقم 9

En bepaald dat gij slapen zoudt om te rusten?
آية رقم 10

Hebben wij van den nacht, geen kleed gemaakt om u te bedekken.
آية رقم 11

En hebben wij niet den dag bestemd, ten einde daarop uw levensonderhoud te winnen?
آية رقم 12

Hebben wij niet zeven stevige hemelen boven u gebouwd.
آية رقم 13

En daarin eene brandende lamp geplaatst?
آية رقم 14

En doen wij niet, uit de wolken, een overvloed van water stroomen.
آية رقم 16

En tuinen, dicht beplant met boomen?
آية رقم 18

De dag waarop de trompet zal klinken, en gij in scharen ten oordeel zult optrekken.
آية رقم 19

De hemelen zullen geopend wezen, en zij zullen vol poorten zijn, om er de engelen te laten doorgaan.
آية رقم 21

Waarlijk, de hel zal eene plaats van verbranding zijn;
آية رقم 22

Eene bergplaats voor de zondaren
آية رقم 23

Die daar gedurende eeuwen zullen wonen.
آية رقم 25

Behalve kokend water en bedorven vocht:
آية رقم 26

Eene geschikte vergelding voor hunne daden!
آية رقم 27

Want zij hoopten, dat zij geene rekenschap zouden moeten afleggen.
آية رقم 28

En zij geloofden niet in onze teekenen, welke zij van valschheid beschuldigden.
آية رقم 29

Maar elke zaak hebben wij opgeteld en nedergeschreven.
آية رقم 30

Proef dus de vergelding: wij zullen u niets dan marteling toevoegen.
آية رقم 31

Maar voor de godvruchtigen is eene plaats van heil gereed gemaakt:
آية رقم 32

Tuinen met boomen beplant en wijngaarden.
آية رقم 33

En maagden met zwellende borsten, van gelijken ouderdom met hen.
آية رقم 36

Dit zal hunne belooning wezen van hunnen Heer; eene volkomen toereikende gift.

Van den Heer over hemel en aarde, en over alles wat daartusschen is: den Barmhartigen; maar de bewoners van den hemel of de aarde zullen hem geen gehoor durven vragen.

Den dag waarop de geest (Gabriël) en de andere engelen in orde geschaard zullen staan, zullen zij niet ten behoeve van zich zelven of van anderen spreken, behalve hij alleen, aan wien de Barmhartige verlof zal geven, en die zeggen zal, wat recht is.

Waarlijk, wij bedreigen u met eene straf die nabij ligt. Op den dag waarop de mensch de goede of slechte daden zal aanschouwen, welke zijne handen voor hem uit hebben gezonden, en waarop de on geloovige zal zeggen: God gaf, ik ware stof!
تقدم القراءة